Uw zoekopdracht Uw zoekopdracht
PDF PDF Print

Vrouwenwerk in het Zuiden - en hier

In het voorjaar van 1978 verhuisde ik met mijn gezin van Blerick bij Venlo naar Rijswijk bij Den Haag. Het was voor mij bijna zoiets als emigreren: vanuit de plaats waar ik geboren was en heel veel mensen kende, helemaal naar het westen van het land. Ik kon er mijn eigen dialect niet meer spreken en zelfs mijn accent leverde hier en daar problemen op. Het ergste vond ik dat ik ineens helemaal niemand meer kende en bijna niemand je goeiedag zei.

MIJN LEVEN IN LIMBURG
In mijn geboortedorp was ik na een opleiding op de R.K. Vroedvrouwenschool werkzaam geweest als verloskundige in een zelfstandige praktijk en kende ik dus juist bijzonder veel mensen. Met dit mooie werk was ik gestopt toen ik zelf binnen veertien maanden een zoon en een dochter had gekregen. Ik wilde niet op alle uren werken en de zorg voor mijn kinderen overlaten aan een dienstmeisje voor dag en nacht, zoals dat toen heette, en zoals mijn moeder, die ook vroedvrouw was, het gedaan had.
Ineens had ik een eigen leven. Ik hoefde niet meer dag en nacht beschikbaar te zijn voor anderen, maar alleen voor mijn eigen kinderen te zorgen. Ik kon gaan en staan waar ik wilde. Maar ik was gewend om buitenshuis van alles te doen, dus binnen de kortste keren voelde ik me met de luiers opgesloten tussen vier muren en moest ik toch wat anders gaan ondernemen. Ik had nu tijd om te lezen en het was begin zeventiger jaren, dus er was volop leeswerk over emancipatie. Dat sprak me zo aan dat ik daarover zelfs ging praten op scholen.

PIONIERSWERK
Mijn echtgenoot begon op zijn werk met een vrouwenpraatgroep en dat vond ik te gek. Wel goed dat die er kwam, maar dat moest geen man begeleiden. En zo zat ik in een vrouwenpraatgroep, waardoor ik ook in een fem/soc (feministisch-socialistische) groep terechtkwam, waarin we verwoed probeerden om Marx en Engels te lezen en als het even kon te begrijpen.
In mijn werk als vroedvrouw was ik als jonge meid zeer snel tegen vragen aangelopen van de zwangere moeders over seksualiteit. Ik was zo groen als gras. Mijn opvoeding was zeer katholiek geweest, dus niets over dat gebied behalve dat het erg zondig was. En op de Vroedvrouwenschool leerden we alleen hoe baby's eruit kwamen, maar niet hoe ze erin kwamen! Ik ging diverse opleidingen volgen bij de NVSH, o.a. om voorlichting te geven en om breder met groepen te kunnen werken. Dat heb ik ook gedaan en daarin heb ik veel ervaring opgedaan en heel veel geleerd wat ik mijn hele leven heb kunnen gebruiken.



Omdat Eindhoven de dichtstbijzijnde plaats was met een afdeling van de NVSH waar mensen voor vragen terecht konden, begon ik samen met anderen in september 1974 met een plaatselijke werkgroep van de NVSH. We organiseerden maandelijkse voorlichtingsavonden op het gebied van seksualiteit en gezondheid. Omdat in die tijd ook controle op borst- en baarmoederhalskanker van start ging, organiseerden we op 15 maart 1976 een voorlichtingsavond over dit onderwerp. Tot onze schrik én genoegen zaten/stonden er die avond 400 mensen in de zaal en er stonden er ook nog 200 op de stoep die niet meer naar binnen konden. In april kwamen er nogmaals 250 mensen voor deze informatie. Niet alles liep zo storm; de tegenwind was ook zeer fors. Voor deze avond was het bijvoorbeeld onmogelijk om een van de plaatselijke chirurgen zover te krijgen om als spreker zijn deskundigheid in te brengen. Heel veel mensen wilden niets te maken hebben met zo'n instelling als de NVSH. We hebben veel baanbrekend werk kunnen doen op het gebied van seksualiteit, ook samen met instellingen die zeer behoudend waren en niet wisten wat ze met dit onderwerp aan moesten.





 Opnames thuis voor Sprekershoek
 


Toen de nieuwe abortuswetgeving speelde, hebben we met een aantal vrouwen een 'Wij Vrouwen Eisen'-werkgroep gestart en heb ik een tijdje als landelijk bestuurslid meegedaan in Amsterdam: de Bloemenhovekliniek mee bezet in mei 1976, naar Londen in juni 1976 voor de ondersteuning van een grote demonstratie aldaar. Daardoor werd ik in februari 1976 uitgenodigd om in het toenmalige NOS-programma Sprekershoek mijn woordje te doen als reactie op een zeer conservatieve spreker vóór mij. Dat was natuurlijk heel erg fout in mijn katholieke omgeving: als reactie werd mij de toegang tot de school ontzegd als actief lid van de oudercommissie. Gelukkig stond de oudercommissie achter mij als persoon, maar ik heb mijn kinderen toch van school af moeten halen en naar de School met de Bijbel gedaan; die gedroegen zich tenminste christelijk. Als er nog een brandstapel had bestaan, had ik er toen op gestaan! Ik kreeg ook dreigtelefoontjes, maar nog meer telefoontjes van mensen die voor hun buurvrouw of vriendin het adres wilden hebben van een abortuskliniek.

Huisartsen en gynaecologen gaven als goed katholiek geen informatie en niemand wist waar je terecht kon. Het was zelfs zo dat douanemensen (Venlo ligt tegen de Duitse grens aan) vrouwen doorstuurden naar mijn huisadres, die soms van heel ver kwamen en om hulp vroegen. Wat voelden veel mensen zich bedreigd door de veranderende waarden en normen. Ook pater Koopman probeerde met zijn vreselijk conservatieve en agressieve achterban enkele malen onze bijeenkomsten te verstoren.
Voordat ik ging verhuizen, heb ik ook nog een tijdje in een gemeentelijke werkgroep gezeten als vertegenwoordigster van alle kleine progressieve werkgroepen samen: o.a. NVSH, vrouwencafé, Wij Vrouwen Eisen, vrouwenpraatgroepen enz.

Het was een tijd waarin we met elkaar heel veel actie hebben ondernomen en plaatselijk en landelijk goed van ons hebben laten horen. Het was ook een tijd die leuk en creatief was. Er werd doorlopend een beroep gedaan op je inventiviteit en dat leverde vaak veel plezier op; er was vaak grote saamhorigheid en iedereen hielp elkaar met van alles. Maar het was ook een tijd waarin alles 'moest kunnen', soms meer dan eigenlijk echt kon. Onderwerpen die lang niet besproken hadden kunnen worden en nu wel aan de orde kwamen, leverden veel emoties op. Veel huwelijken strandden en dat bracht de nodige pijn en ellende met zich mee. Ons huis zat vaak vol met mensen die uit kwamen huilen of een tijdje onderdak nodig hadden. Op een bepaald moment moesten we de deur op slot doen en op zolder gaan zitten, waar geen raam aan de voorkant zat. Zo hielden we ons niet thuis. Als ik terugkwam van een vergadering overdag, zaten er soms mensen rond mijn tafel die vroegen of ik zin in koffie had!

NAAR HET WESTEN
En toen... kreeg mijn echtgenoot een baan bij het toenmalige Ministerie van WVC en verhuisden we naar Rijswijk. Ineens was ik inactief, wist geen weg, kende niemand. Alleen bij de oude opleidingsgroep van de NVSH ben ik altijd gebleven. Daar heb ik nog veel werk mee verzet in het land en ook nu heb ik nog met enkele mensen contact.

Ik ging naar vrouwencafé Rafelkap in Rijswijk, maar daar ben ik maar één keer geweest. Ik vond het er toen erg oubollig en had het gevoel dat ik weer hetzelfde hoorde als jaren daarvoor in Venlo.
Toen ben ik zingend actief geworden: ik ging bij het Rijswijks Strijdkoor. Daar zit ik nog steeds in. Af en toe luisteren we de jaarlijkse Vrouwendag op met onze oude en nieuwe vrouwenliedjes.
In Rotterdam ben ik de vierjarige parttime HBO-opleiding sociaal cultureel werk gaan doen en sinds 1982 heb ik hoofdzakelijk met allochtone vrouwen gewerkt, nu voor hún emancipatie. Eerst in het Haagse Zeeheldenkwartier, daarna in de Schilderswijk in het Gezondheidscentrum Oranjeplein en de laatste dertien jaar in Leiden. Na mijn pensionering vorig jaar ben ik nog of weer actief als vrijwilligster en lotgenote in de voorlichting over (borst)kanker aan allochtone vrouwen (Mammarosa) in Den Haag en landelijk als ervaringsdeskundige. Ik zing ook nog steeds in het landelijke CASA-koor in Amsterdam. We zingen Zuid-Afrikaanse strijdliederen en liedjes van nu, o.a. tegen aids. En ik zing in een koor in het Inloophuis voor mensen met kanker en hun naasten in het Wateringse Veld in Den Haag.

TERUGBLIK
Ik woon nu bijna net zolang in Rijswijk als ik in Blerick heb gewoond en ik heb hier al mijn sociale contacten. Hier is ook mijn huis, mijn thuis. Maar in Limburg liggen mijn wortels en gelukkig heb ik ook daar nog goede contacten met vrienden en familie en kan ik nog zeer regelmatig mijn dialect spreken.
De tijd van toen lijkt en ís al lang geleden, maar komt weer veel dichterbij als je voor deze gelegenheid van alles opzoekt en teruggaat in je verleden. Ik kijk er met plezier en voldoening op terug dat ik mijn steentje heb bijgedragen aan de emancipatie in die tijd en ook nog in deze.

Willemien Verheggen

Reacties: Geen berichten
Uw reactie
Naam (Log in): 
E-mailadres: 
Onderwerp: 
Bericht: