Uw zoekopdracht Uw zoekopdracht
PDF PDF Print

Vrouw en actie

HET BEGIN
Mijn vader was de eerste die het niet eens was met het feit dat ik een meisje ben. Hij had graag een zoon gewild. Dat ik het later met hem eens zou zijn, kon hij niet vermoeden. Ik denk dat ik zelf ook graag een jongen wilde zijn omdat ik het vanaf heel klein onrechtvaardig vond dat jongens altijd meer mochten dan meisjes. Jongens deden meer spannende dingen en leefden een veel kleurrijker en avontuurlijker leven.

Mijn moeder sterkte me flink in deze gedachte, maar om een andere reden. Voor zover ik me kan herinneren is ze altijd boos geweest over het feit dat haar broers meer mochten en altijd op stap waren. Ze vond dat oneerlijk. Zoals in zoveel gezinnen in die tijd waren het de jongens, haar broers, die mochten doorstuderen. Meisjes gingen toch trouwen en dan was al die kennis verspild, vond men. Het was je taak om een onderdanige, meegaande, verzorgende vrouw en moeder te worden.
Ik wist vanaf het begin dat ik dit in mijn leven niet van plan was. Volgens mijn eerste plan leek het me dat je niet te veel met meisjes om moest gaan, want als je met jongens speelde, deed je vanzelf andere dingen, die veel spannender waren. Had dus alleen maar jongens als vriendjes en werd bijna alleen op partijtjes van jongens uitgenodigd. Er was maar één meisje bij mij in de straat waar ik mee bevriend was. Het had ook nog een andere kant: je moest vaak met jongens vechten om je plaats binnen hun groep te verdienen. Dat was gevaarlijk, maar ook leuk en spannend.

Hoewel ik in mijn latere leven veel met vrouwen werkte en zaken met hen regelde, vertrouw ik in eerste instantie mannen meer. Ze hebben minder trucs en je weet wat je aan ze hebt. Dat zal ook wel komen omdat ik door vijf vrouwen en twee mannen ben opgevoed.



OPLEIDING EN WERK
Ondanks de vele pogingen van familie en vrienden speelde ik nooit met poppen. Het zal niet zo vreemd zijn dat ik een vak ben gaan leren dat toen nog een mannenberoep was, Grafisch Vormgeven. Al op de Academie in 1968 was ik bezig met allerlei maatschappelijke zaken die de positie van vrouwen betroffen: zwanger worden, de positie van vrouwen in de derde wereld. Het was de tijd van de actiegroepen; ik deed mee met Werkgroep Fiets en Komitee Zuidelijk Afrika. Ook ben ik gaan werken als vrijwilliger bij de S.O.S. telefonische hulpdienst. We maakten veel affiches waaronder 'Autorijden, ga nou gauw fietsen' en een poster tegen de verlengde Landscheidingsweg. Regelmatig waren er fietsdemonstraties.

Veel later ben ik een opleiding gaan volgen gaan over voeding en hygiëne. In 1979-1980 heb ik gewerkt als voorlichter aan vrouwen in Guatemala. De eerste echte opdrachten als ontwerper kreeg ik in 1972 van Stimezo, Stichting voor medische zwangerschapsonderbreking. We maakten allerlei soorten voorlichtingsfolders en als je nu mijn naam intoetst in een zoekmachine op het internet krijg je 'Het Kondoom', een folder waar ik aan meewerkte, en nog veel meer.

Ook al is het goed dat de mogelijkheid tot beëindiging van zwangerschap er is voor vrouwen die in problemen zijn gekomen, zelf ben ik nadat ik de eerste van mijn twee dochters heb gekregen heel anders gaan kijken naar abortus. In die tijd vond en dacht ik dat een vrucht gewoon iets stoffelijks was dat men kon verwijderen of niet. Nu denk ik dat conceptie en zwangerschap naast het stoffelijke iets spiritueels zijn. Daarom ben ik dankbaar dat een ongewenste zwangerschap mij niet overkomen is in de tijd dat we het als een kleinigheid zagen en vonden dat er veel eenvoudiger mee omgegaan kon worden.

ACTIES
Veel zaken werden door vrouwen aan de kaak gesteld in die dagen. Er kwamen vrouwencafés en veel meer voorzieningen voor vrouwen waaronder Blijf van mijn lijfhuizen. Ik herinner me een wonderlijke leus op een muur in de Vogelwijk: 'Alle vrouwen met boodschappentassen zijn lesbisch'. Er was veel tegenwerking van mannen, zoals deze tekst duidelijk maakt, heel veel kritiek en vaak te weinig samenwerking. In die tijd was er in Amersfoort een groep mensen die zich bezighield met de inspraak in de woningbouw, Werkgroep 2000, waarmee ik vele tentoonstellingen en ontwerpen voor uitgaven rond woonemancipatie maakte. Werkgroep 2000 gaf een maandelijkse themabrochure uit waar ik aan meewerkte.



WERK IN HET BUITENLAND
Zoals ik al vertelde besloot ik in het buitenland met vrouwen te gaan werken. Daarvoor volgde ik in Deventer en Amsterdam een opleiding. In Deventer ontmoette we een Guatemalteek. Hij zei: "Ik heb zo werk voor je met vrouwen". Het werd een project op de hoogvlakte in Centraal Guatemala dat de kinderen die meededen iedere week een keer kip en een keer een ei gaf bij de maaltijd die ze op school kregen. Ik gaf hun moeders voorlichting over voeding en hygiëne. Ik leerde er dat veel zaken zoals gerechtigheid en gelijkheid in het westen anders liggen dan op andere continenten. Guatemala was in burgeroorlog en in de jaren nadat ik daar moest vertrekken werden een miljoen onschuldige indianen vermoord.

TERUG
Toen ik in 1980 terugkwam ontwierp ik een poster over hergebruik en richtte met anderen in de kerk op de Prinsegracht, achter Emmaus, een tentoonstelling in. Inmiddels was de vrouwenbeweging echt op gang gekomen en er was veel werk voor mij. Ik deed een flink aantal workshops voor vrouwen op mijn vakgebied en werkte samen met enkele vrouwendrukkerijen in Leiden en Den Haag. Mijn eerste dochter ging vaak mee naar markten en beurzen, nadat ik een Guatemala Comité in Den Haag gestart was in 1981. Haar vader is een voormalige vluchteling uit Chili. Met hem maakte ik - ook voor Nederland bedoelde - politieke folders en samen waren we actief in de verzetsbeweging van Latijns Amerika. Ook was ik die tijd werkzaam voor de Stichting Haagse Ombudsvrouw, waarvoor ik in 1984-1985 verscheidene uitgaven maakte. Ik ontwierp hun nieuwe briefpapier en vernieuwde en herzag het boekje 'Werkwijs'. Kreeg in die tijd een tweede dochter en was daar blij en druk mee. Tweemaal maakten we in eigen beheer een alternatieve gids over Den Haag, 'Den Haag ietsje anders', die erg goed liep. Er was duidelijk behoefte aan.

Naast mijn werk voedde ik natuurlijk mijn dochters op. Ik heb altijd geprobeerd wat ik in de loop van de jaren over vrouwenzaken had geleerd aan ze over te brengen. Een van de belangrijkste zaken, die inmiddels gemeengoed zijn geworden, is om op te komen voor hun eigen belangen en om altijd financieel onafhankelijk te zijn. Die financiële onafhankelijkheid is door veel strijd eindelijk een feit geworden.

Loes Dolkens

Reacties: Geen berichten
Uw reactie
Naam (Log in): 
E-mailadres: 
Onderwerp: 
Bericht: