Uw zoekopdracht Uw zoekopdracht
PDF PDF Print

Oma van nu

Lieve kleindochter,
Je bent twaalf weken oud en je hebt het niet gemakkelijk tot nu toe. Al die krampjes, al die prikkels, de spanning en uitputting van je papa en je mama, het gedokter met voedingen. Je schreeuwde soms uren achter elkaar. Je werd bezweet, je temperatuur liep op, je haartjes plakten nat om je koppetje, jullie hadden het zwaar met z'n drietjes. Suja suja kindje, je vader is je winnebrood, je moeder is je mintje… Straks ga je naar de crèche en gaan je papa en je mama weer aan de arbeid.
Wat heerlijk dat ik je, met al mijn handicaps en ouderdom, nog een paar stevige armen om je heen, een warm, rustig ademend oma-lijf en een heel repertoire van ouderwetse kinderliedjes kon bieden. Met ervaring, afstand en rust lukte het om je binnen vijf minuten in een uitgeputte slaap te wiegen. ...morgen is ons kindje groot!
Je begint al te lachen tegen me, te luisteren naar grappige geluidjes die ik voor je maak, met mijn vingers te spelen. Het wordt tijd dat jij en ik een begin maken met verhaaltjes vertellen.
 


Er was eens een klein meisje. Net zo klein als jij nu. Ze had roodgouden haartjes en ze groeide voorspoedig. Op de dag dat haar papa door de marechaussee van huis werd gehaald om zijn land te gaan verdedigen op een mijnenveger van de Marine, werd zij geboren. Haar moeder wist niet waar haar man was. Ze beviel in een kliniek met allemaal andere moeders, waarvan er vele hun man misten vanwege de 'voormobilisatie'. Duitsland zou kort daarna Polen binnenvallen. Haar papa moest bij de Marine een verklaring tekenen waarin hij alles regelde voor het geval hij bij oorlogshandelingen zou omkomen. Hij mocht pas na twaalf weken een dag naar zijn vrouw en dochtertje. Zij huilde hard toen hij haar wild tegen zijn ruwe marine-uniform drukte. Hij troostte haar onhandig, aaide haar over haar donzige roodgouden haartjes en noemde haar zijn Goudkuikentje.
De volgende keer dat hij thuiskwam was ze al negen maanden en ze schrok hevig van die enthousiaste vreemde man in uniform. Ze klampte zich vast aan haar moeder.

Opeens was papa weer thuis bij zijn Goudkuikentje en haar mama. Hij hoefde zijn land niet meer te verdedigen, maar hij had nog wel een heleboel andere Belangrijke Taken. Hij was Echtgenoot, Hoofd van het Gezin, Zoon en Schoonzoon, Zwager, Werknemer bij een internationale Joodse firma, Vriend, Burger, en hij ondersteunde een fonds voor Marineweduwen die bijna geen uitkering ontvingen. Ook was hij afgezwaaid Marineman. Maar daarover later.
Hij ging iedere dag de deur uit om te werken, gelukkig in zijn oude baan, en mama bleef gezellig thuis. Er kwam een broertje bij, een koningswens, zoals mama zei. Al was het land bezet door Duitse soldaten, het gezinnetje was nog redelijk veilig en knus. Ze hadden flinke voorraden voedsel aangelegd, veel stoffen en leer ingekocht, brandstof, kaarsen, thee en vitaminepillen, rijst en blikken boter en zeep. Dat had de opa van Goudkuikentje dringend aangeraden, die had al eerder een oorlog meegemaakt.
Goudkuikentje had al wel gedacht dat zij het kind van een koning en een koningin was, zo gelukkig en stralend waren haar ouders. En nu die koningswens, die stamhouder, die naamdrager. Die kreeg thuis een prinselijke behandeling, dat merkte zij wel. Hij werd door Mama behandeld als een Kleine Papa, ze adoreerde hem en gaf hem vaak een voorkeursbehandeling. Het was net alsof het gezinnetje nu pas aan alle bestemmingen had voldaan. De grootouders waren ook heel tevreden. De komst van Broer stelde de gehele familie gerust, leek het wel. Goudkuikentje werd ook op handen gedragen, vooral omdat ze zo 'groot' was, zo 'verstandig', zo'n goede hulp voor Mama, omdat ze zich zo goed alleen bezig kon houden terwijl mama al haar aandacht wijdde aan Broer en Papa.

Goudkuikentje mocht al op haar tweede naar een kleuterschool, de Amsterdamse Montessorischool, bij juffrouw Luitjes en juffrouw Frenay. Daar kreeg ze lesjes, ontdekte ze nieuwe dingen, letters, ze leerde zichzelf al snel lezen. Toen ze drie was, las ze stukjes in het Handelsblad, ook een verhaaltje met rare letters en een vogeltje bovenaan de tekst. Bovenaan de bladzijde stond 1943.
Ze begreep het niet, maar Papa en Mama schrokken hevig van die krant. Papa moest mee naar Duitsland. De mannen in uniform die hem kwamen halen, vonden hem vast heel belangrijk, want hij moest meteen met ze mee. Een tijd later kwam hij gelukkig weer terug. Hij had andere kleren aan, een blauwe schipperstrui, een pet, hij droeg een beginnende baard en de grote mensen spraken over 'van de trein naar Duitsland springen in een bocht bij Stroe'. Hij was terug naar huis gelopen, hij was mager en vuil en Mama was erg bezorgd. Ze had zich aan Opa vastgeklampt, die vlakbij woonde en als een echte pater familias de zorg voor zijn dochter en haar kindjes naar zich toe had getrokken, ze klampte zich ook aan Broer vast, zo klein als hij was, en ze was dolblij toen Papa weer thuis was. Dat was maar voor kort.



Met een vals paspoort ging hij varen voor beurtschippers, hij verbleef bij boeren in het noorden van het land en bracht af en toe voedsel mee naar Amsterdam, want alles werd schaars. Goudkuikentje probeerde zo rustig en behulpzaam mogelijk te zijn, want ze vond het niet fijn dat Mama zo angstig was. Ze vermaakte zich met de boeken en tijdschriften die bij Opa en Oma op zolder lagen. Vooroorlogs. Stichtelijke kinderboeken uit de twintiger jaren. Soms met illustraties van Jo Vinger, haar buurvrouw. Taalgebruik en moraal van een vorige generatie. Little Lord Fauntleroy, Het Jodinnetje van Elspeet, Alleen op de Wereld, In de Soete Suikerbol, Oliver Twist. Pas enkele jaren na de oorlog kreeg zij voor het eerst moderne kinderboeken in handen. De eerste opvoeding in Goed en Kwaad, Vrouwen en Mannen, Jongens en Meisjes liep door de oorlogsomstandigheden een generatie achter, dat ontdekte Goudkuikentje pas toen zij zelf al oma was. Bijna alle vrouwen in die boeken gingen trouwen, kregen kinderen, zoals Afke met haar Tiental. Vaak werden zij vroeg weduwe en enkelen bleven vrijgezel en werden onderwijzeres, verpleegster of non.
Alleen op de Montessorischool was het anders. Jongens en meisjes, oudere en jongere kinderen, ze werden gelijk behandeld. De juffen en meesters stonden op gelijke hoogte en sommige juffen waren getrouwd of weduwe en hadden zelfs kinderen.
Goudkuiken wilde graag ook juf worden. Thuis maakte zij 'materiaal' om haar Broer te leren lezen en rekenen. Ze nam op straat alle negen kinderen uit de buurt in een groepje onder handen. Liedjes, sommetjes, taallesjes, toneelstukjes.

 


Toen de oorlog voorbij was en alle Duitse soldaten vervangen door Engelsen en Canadezen, zelfs een Bevrijdingsoptocht met verkleedkleren. Alles van school deed ze thuis na. School was plezier, veiligheid, speelruimte, structuur en stimulans, maar vooral: zelfstandigheid. 'Leer mij het zelf te doen' was het motto. Vlak na de oorlog hoefde Goudkuiken nog niet terug naar haar platgebombardeerde school. Er was geen materiaal, geen verwarming, geen menskracht. Ze werd door haar moeder meegestuurd met Papa, op zakenreis door een hongerig, verdrietig, verscheurd West-Europa, tussen ruïnes, bomkraters waarin afval lag te rotten, oorlogsinvaliden en magere mensen die voortdurend verdriet met zich meedroegen. Goudkuiken was zelf ook broodmager en ze had last van slaapwandelen en nachtmerries van bombardementen en razzia's. Toen de school eenmaal weer was begonnen, genoot ze van de ordelijkheid van de meubeltjes, de rekken met Montessorimaterialen, de boekjes, het dagritme, de veilige leiding door een volwassene.


Op een dag kwam Dr. Maria Montessori zelf op bezoek.
Zij gaf de hele klas een 'lesje' over Vrede en de Rechten van het Kind. Haar hand rustte daarbij losjes op de linkerschouder van Goudkuiken, die zich voelde groeien tot een Belangrijk Kuiken. Mevrouw Montessori vertelde dat de kinderen HEEL STERK waren, dat kon je voelen als je je vuistje heel stevig samenkneep. Wij knijpen, oei!! Ze vertelde dat wij een hele grote kracht in ons hadden en dat we die konden oefenen in de school. Met die kracht zouden we van alles kunnen overwinnen. Goudkuiken dacht aan de soldaten die razzia's hadden gehouden in de buurt waar zij woonde, die zelfs Joodse kinderen uit haar klas hadden weggevoerd, die haar kleuterschool ten slotte hadden platgebombardeerd. Ze dacht ook aan de Rode Kruis-vrachtwagens die vlak na de bevrijding op het Amsterdamse Stadionplein stil stonden en broodmagere spookverschijningen uitlaadden. Mensen die verdwaasd op zoek gingen naar een straat, een huis dat er niet meer bleek te zijn.

De Mama van Goudkuiken haalde een aantal van die mensen in huis, gaf ze koffie (veel melk en een beetje koffie want ze hadden maagpijn) en sigaretten. Van de Canadezen gekregen, die waren gelegerd in het Olympisch Stadion, waar kort tevoren nog de Wehrmacht de baas was. Goudkuiken zat er stilletjes bij en hoorde verhalen met veel vreemde en moeilijke woorden, concentratiekamp, difterie, vergassen. Stemmen met veel verdriet. Ze kon bijna niet geloven wat mevrouw Montessori zei, dat de kinderen de kracht zouden krijgen om met hun blote handjes, met taallesjes en aardrijkskunde en geschiedenis, bezoeken aan Artis en het leren van gedichten, het werken in groepjes en helpen van de kleintjes echt iets uit te richten tegen de oorlog. Ze legde ons uit dat elk kind toegewijd en ingespannen bouwt aan de sterke mens die het in potentie in zich draagt. Nu ik jouw worsteling zie, lieve kleindochter, om die krampjes te overwinnen, de te sterke prikkels in jezelf tot rust te brengen, helder te ordenen wat je zintuigen opvangen, dan zie ik weer hoe waar het is dat het kind de bouwer is van de mens, omringd wel door een goede omgeving, maar uiteindelijk zelf aan zet.
 
Maar, lieve kleindochter van mij, nu Goudkuiken je oma mag zijn, een Soepkip zogezegd, is zij die lesjes van toen nog steeds niet vergeten. Ze zijn meegegroeid in het leven, sterker geworden. Juist de laatste jaren is het inzicht nog verder toegenomen dat dit de eerste les in Emancipatie is geweest. Ik zal je later verder vertellen, over Goudkuikentje die over de Dolle Tweeling ging lezen, en over Goud Elsje. De jeugdjaren van Goud Elsje, Goud Elsje verliefd, Goud Elsje verloofd, Goud Elsje getrouwd, Goud Elsje als moeder… Verder gingen die verhaaltjes nooit. Eline Vere. Nog weer later las Oma Goudkuiken 'Le Deuxième Sexe' van Simone de Beauvoir en ze kon met niemand in haar omgeving delen dat haar voorgevoel over een oneindige Gouden Toekomst misschien niet klopte. Ze las ook 'Rabbit, Run' van John Updike, 'De Avonden' van Van 't Reve, 'Scènes uit een Huwelijk' van Ingmar Bergman, het werk van Jan Arends. Goudkuikentje wist niet zeker of zij een tegenwicht zou kunnen bieden tegen de beklemming en afkeer die het gezinsleven kennelijk ook in mensen wist op te roepen. Ze las uit haar ouders boekenkast 'Het Volkomen Huwelijk' van Dr. Van der Velde en een boek van professor Buytendijk over De Vrouw. Het anders zijn van de vrouw vooral. Haar eigen plaats in de maatschappij, maar vooral binnen het huwelijk. Gegeven door de natuurlijke orde. Daarin las zij net als in de Libelle, Margriet en Prinses dat geduld, aanpassing, nog meer inzet en verdraagzaamheid en het opgeven van dromen, seksualiteit en handelingsbekwaamheid op allerlei terrein haar hele leven verder haar opgave zouden zijn. Anders kwam ze terecht bij de weduwen, muurbloemen, overschotjes, afgelikte boterhammen, alleenstaande moeders, tweederangsmensen. Die hadden te weinig eten en kleren voor hun kinderen, ze huilden heel vaak, ze werden niet op feestjes gevraagd, ze konden bijna nooit op vakantie, ze hadden geen Sinterklaascadeautjes voor hun kinderen en ze moesten vaak bij hun ouders en familie geld vragen om hun kind naar de dokter te brengen. Ze deden verstelwerk of ze maakten 's avonds laat huizen schoon, want ze hadden geen opleiding voor beter werk. Ze schaamden zich heel vaak en hun kinderen ook. Er werd vaak over hen geroddeld. Vaak kwam een voogd uit de kerk zich streng en koud met zo'n gezin bemoeien. Want zo'n alleenstaande moeder kon een gevaar voor de zedelijke opvoeding van haar kinderen zijn. Tot ver in de jaren '80 was Goudkuiken getuige van uitspraken van die strekking uit de mond van pedagogen en zielzorgers. Het duurde heel lang voordat Goudkuiken in haar eigen leven de keus durfde maken om alleen met haar eigen kinderen door het leven te gaan. De man met wie zij een gezin had gesticht had veel Graham Greene gelezen, Jan Arends, John Updike, Van 't Reve, Arthur Miller... Goudkuiken begreep heel goed wat hij herkende in die verhalen, maar zijzelf kon zich niet voorstellen dat zij zich ooit van haar kinderen zou kunnen losmaken om zich van de sleur en de benauwdheid van het huisvrouwenbestaan te bevrijden. Hij deed dat uiteindelijk wel. Voor jezelf kiezen heette dat toen. Een dwingend jargon op de markt van welzijn en geluk. Het Ik-tijdperk.

Wel nam ze de verantwoordelijkheden van de vader van haar kinderen er grotendeels bij op haar schouders, toen hij het gezin verliet. Zij voedde hen alleen op en verdiende daarnaast de kost voor haar gezin. Zij en tienduizenden andere vrouwen in die tijd. Het veroorzaakte veel bitterheid tussen de ouders van toen. Experimenten als het ouderwetse overspel, het modernere 'open huwelijk', partnerruil en groepswonen, tenslotte toch vaak echtscheidingen en pogingen om door 'co-ouderschap' nog iets te bewaren van het oorspronkelijke gezin, maar ook jarenlange strijd om kinderen en geld zijn uit deze tijd voortgekomen. De vaders leken eerst nog een poos gelukkig met een hervonden jeugd, een nieuwe liefde, een nieuwe levensvorm, maar toch zijn er ook een heleboel vaders boos, verongelijkt en ongelukkig achtergebleven met een onoplosbaar verdriet over de verloren gezinsbanden.
Goudkuiken volgde het voorbeeld van de vele oorlogsweduwen zonder inkomen of pensioen die zij in haar kindertijd had meegemaakt en de vele kuise, opofferende heldin-moeders uit de stichtelijke boeken en vrouwenbladen van voor de oorlog. Ze werkte letterlijk dag en nacht. Toen ze een beetje meer tijd kreeg nadat de kinderen op eigen benen stonden, las ze nog veel meer. Actuelere lectuur, moderne vrouwenbladen, romans, publicaties over vrouwenemancipatie. Zij sloot zich eerst per ongeluk aan bij de Stichting Organisatie Gescheiden Mensen. Zij schrok van de vijandige gedachten over de gehuwde of scheidende vrouw en kreeg bij navraag te horen dat de SOGM ook meer een club was voor gescheiden mannen, hun moeders en tweede vrouwen. Veel werd geschreven over de noodzaak van gescheiden moeders om zo snel mogelijk te gaan werken en af te zien van alimentatie voor haarzelf.
Toen vond zij Divortium, een organisatie die zich duidelijk meer richtte op de belangenbehartiging van scheidende of gescheiden vrouwen. Daar ging het over verlies van pensioenrechten, alimentatieberekeningen op basis van werkelijke kosten van een gezin, kinderalimentatie, belastingwetgeving en sociale voorzieningen.

Goudkuiken werd zich toen pas bewust van ongelijke beloning, slechte pensioenregelingen, discriminatie op de werkvloer, alimentatieproblemen, co-ouderschap, gezondheidsproblemen door overbelasting, eenzaamheid. Daar had ze nooit iets over gelezen in de Goud Elsje-serie. Soms dacht ze: kon ik alles nog maar eens overdoen. Ik zou veel beter op mijn tellen passen en niet dromen maar denken. Net als heel veel andere alleenstaande moeders was ze doodmoe van alle jaren dubbele lasten dragen.
Als ik jou in mijn armen draag, zou ik je voor al die dingen willen behoeden. Ik ben al heel gelukkig als ik zie dat je Papa en je Mama een veel gelijkwaardiger taakverdeling en rolpatroon hebben gekozen. Ik ben ook blij met alle verbeteringen die er in de gelijkberechtiging van vrouwen intussen is bereikt. Misschien heb je het geluk om als Jong Eendje bij een ouderpaar van trouwe Zwanen te zijn geboren en later Op Eigen Wieken het leven in te gaan. Autonoom. In elke Montessorischool kom je het motto tegen: Help Mij Het Zelf Te Doen. Daar is voor mij ooit de basis gelegd voor mijn verdere emancipatie in het leven. Zonder die basis had ik niet zo voor mijn gezin kunnen zorgen, was jij er misschien niet geweest. Althans niet zoals nu. Ik deed het. Zelf. Dat heet emancipatie.
Lieve kleindochter, er bestaat nog steeds een flinke achterstand voor vrouwen, dat kom jij vast ook nog wel tegen. Je hebt helaas mijn rode haren niet geërfd, zoveel zie ik al wel, maar hopelijk zit er in jou iets van de veerkracht waarmee ik mij en mijn kinderen door de zeventiger jaren en daarna heb gedragen. Die heb ik ook maar cadeau gekregen van mijn voorouders, in erfelijke eigenschappen en voorbeeldgedrag. Daar vertel ik je later nog wel eens meer over. 
Maar voor nu stop ik ermee. Alles met mate. Slaap lekker.

Anna van Winderoode


Reacties: Geen berichten
Uw reactie
Naam (Log in): 
E-mailadres: 
Onderwerp: 
Bericht: