Uw zoekopdracht Uw zoekopdracht
PDF PDF Print

Mijn herinneringen aan Haagse kerken

Ik werd geboren in 1920 aan het Spui, als ik mij goed herinner op wat toen nummer 109 was, in een woning boven de zaak die mijn vader had overgenomen van de firma H. Heynen. De zaak lag direct tegenover de plek waar nu de Openbare Bibliotheek is gevestigd. Men kon er van alles kopen op gebied van verlichting en verder kachels, fornuizen, badkuipen en sanitair. Er was een installatiebedrijf aan verbonden voor gas en elektra. De mannen die de technische dienst verzorgden, gebruikten een opvouwbare bakfiets om zich te verplaatsen. Het pand is jaren geleden afgebroken. Tegenover ons huis waren eenvoudige woonhuizen en winkels met naar ik mij herinner onder andere een bakker. Soms zag ik aan de overkant vrouwen met een emmer heet water lopen, die ze gekocht hadden vlak om de hoek van het Spui en de Kalvermarkt.

Mijn vader nam mij vaak mee naar de kerk. Onder andere de Nieuwe Kerk op het Spui,
vlakbij ons huis. Het bijzondere van deze kerk is dat hij geen pilaren heeft. Het is een ronde kerk. De architect had daarmee iets nieuws toegepast. Aanvankelijk was men bang dat de kerk zou kunnen instorten als het orgel hard zou gaan spelen. Maar in de tijd dat ik op het Spui woonde, was die vrees al verdwenen.

Mijn moeder behoorde tot de Gereformeerde kerk. Mijn vader was en bleef Hervormd.
Mijn beide zusters werden gereformeerd opgevoed en mijn broer en ik hervormd. We gingen meestal met onze ouders naar de Gereformeerde Oosterkerk aan de Oranje Buitensingel dichtbij het Centraal Station. Deze kerk is later afgebroken.
Bij bepaalde gelegenheden nam mijn vader mij mee naar de Grote Kerk. Die maakte diepe indruk op mij. Hij was meestal stampvol. Ik geloof niet dat deze kerk toen voor andere doeleinden gebruikt werd, zoals nu het geval is.
   
Op mijn achtste jaar verhuisden we naar de Waldeck Pyrmontkade 112, op de hoek van de Obrechtstraat. De Gereformeerde Noorderkerk was vlakbij, in de Schuytstraat. Daar gingen wij geregeld heen. Op een zekere oudejaarsavond deden mijn broer en ik alsof we ook naar die kerk gingen. Na afloop vroeg mijn vader waar we gezeten hadden. "Oh, boven op het balkon", was ons antwoord. "Daar klopt niets van", zei mijn vader, "daar zat niemand. Ga maar meteen naar bed." Het droeve einde van het begin van wat een fantastische oudejaarsavond met rotjes en vuurwerk had moeten worden.

Nu en dan nam mijn vader me mee naar de Regentesse- of de Bethlehemkerk. Beide Hervormde Kerken. Dat ging allemaal te voet; we mochten geen tram gebruiken op zondag. Mijn vader was erg gesteld op de dominees van den Bosch en Straatsma, die daar geregeld preekten. Maar de Willemskerk was voor ons als jongeren de meest favoriete, als daar jeugddiensten gehouden werden. Het was er altijd stampvol. Deze kerk is later omgebouwd tot het kantoor van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. De Regentessekerk is enkele jaren geleden afgebroken.
Ik volgde catechisatielessen ten huize van Ds. van den Bosch. Al in het begin van de Duitse bezetting in 1940 werd hij door de Duitsers gevangengenomen en in het kamp van Amersfoort geplaatst. Hij had een boek geschreven dat de Duitse bezetter verdacht voorkwam. Ze zagen er, volkomen ongegrond, een verkapte kritiek op de bezetting in. Hij is al spoedig in dat kamp overleden.

In de jaren voor de tweede wereldoorlog verscheen in de dagbladen een persoonlijk woord van Koningin Wilhelmina, waarin ze opriep om van harte mee te werken aan de geestelijke en morele herbewapening. Morele Herbewapening was een nieuwe beweging in Nederland. Op een bijeenkomst daarover trof mij de eenvoudige gedachte dat de samenleving niet alleen in stand gehouden kan worden door wettelijke regeling van bovenaf, maar ook door een morele verandering in het leven van de individuele mens. Een verandering die iedere dag aandacht vraagt.
Aan de beweging namen en nemen nu nog mensen deel die tot verschillende kerkgenootschappen behoren. Ik voelde me er bijzonder in thuis. Verander de wereld en begin bij jezelf. Geef je leven richting door het geregeld te toetsen aan morele maatstaven als eerlijkheid, zuiverheid, onzelfzuchtigheid en naastenliefde.

In 1938 ben ik medicijnen gaan studeren in Leiden. Ik reisde iedere dag heen en weer vanuit Den Haag. 's Zondags ging ik graag naar de Duinoordkerk, die in de latere oorlogsjaren is afgebroken.
Eind 1940 hield Professor Cleveringa tijdens een van zijn colleges zijn beroemde lezing waarin hij kritiek leverde op de Duitse bezetting. Als consequentie werd hij gevangengenomen. De studenten reageerden daarop met een staking. De Duitse bezetter besloot de Leidse universiteit te sluiten. Deze bleef gesloten tot het einde van oorlog. Eerst mochten we nergens anders studeren, maar na een jaar konden we naar een andere universiteit gaan.

Ik ging naar Amsterdam. Na anderhalf jaar deden de Duitsers een inval in het gebouw voor sociale geneeskunde en werden de studenten in de collegezaal gevangengenomen en als gijzelaars naar het concentratiekamp in Vught gevoerd. Dit als represaille voor het feit dat er door een aantal studenten op de Veluwe een gewapende aanslag gepleegd was op een konvooi van de Duitse bezetter.
We verbleven in drie barakken en moesten iedere dag in rijen buiten de barakken gaan staan, ter controle of er niet iemand ontsnapt was. In onze barak werd er op zondag door een van de studenten een korte toespraak gehouden als vervanging van een kerkdienst.

Na ongeveer vier maanden herkregen wij de vrijheid, maar we moesten als alle andere studenten een verklaring van loyaliteit tegenover de Duitse bezetter tekenen om verder te kunnen studeren. Wie dat weigerde, moest zich melden op een vastgesteld station, om vandaar voor de Arbeitseinsatz naar Duitsland getransporteerd te worden.



Via een goede kennis van mijn vader kreeg ik gelegenheid onder te duiken in het dorp Kamperveen bij Kampen. Ik ben daar twee jaar geweest, maar durfde niet naar de plaatselijke kerk te gaan. Met drie andere onderduikers van naastgelegen boerderijen kwamen we nu en dan 's zondags bij elkaar om een geschreven preek te lezen, als een soort remplaçant van de kerkdienst. Tegen het eind van de oorlog kon ik met de boerensjees wel mee naar de dorpskerk, die momenteel nog steeds goed bezocht wordt.

Na de oorlog, tijdens mijn latere studiejaren, ging ik vaak op zondag naar de Duinzichtkerk. Na mijn afstuderen ben ik voornamelijk in het buitenland werkzaam geweest. Ik werkte daar in het kader van Morele Herbewapening vaak ook samen met Moslims, Sikhs en Hindoes.    
In 1965 trouwde ik in de Haagse Kloosterkerk. Momenteel kerken mijn vrouw en ik in de Vredeskapel, tien minuten lopen van waar we wonen. Deze Vredeskapel heeft zijn eigen bijzondere geschiedenis, maar die laat ik graag over aan Bob Feenstra, die daaromtrent een specialist is.




Dirk van Tetterode

Reacties: Geen berichten
Uw reactie
Naam (Log in): 
E-mailadres: 
Onderwerp: 
Bericht: