Uw zoekopdracht Uw zoekopdracht
PDF PDF Print

Rondje om de Doopsgezinde kerk

Op 11 april 1965, op mijn 22ste, ben ik gedoopt in de Doopsgezinde kerk te Utrecht, nadat ik mijn zelfgeschreven belijdenis had voorgelezen in de vergadering van de Doopsgezinde gemeente aldaar. De volwassenendoop is de enige die de Doopsgezinden of Mennonieten kennen. De kinderdoop kennen zij niet. Ze vinden - en daar ben ik het mee eens - dat je heel bewust lid moet worden van een gemeente, nadat je op papier hebt gezet wat je op dat moment gelooft. Je neemt daarmee de verantwoordelijkheid voor de gemeente mede op je.



Ik heb van mijn zesde tot mijn twaalfde jaar op zondagsschool gezeten bij de Nederlandse Protestante Bond in Bennekom. Daar zaten we met nog wat kinderen van mijn openbare lagere school. We hadden er veel pret. Bennekom was in die tijd, zoals je op de Veluwe mag verwachten, zwaar hervormd. Rooms-katholieken woonden er niet.

De kerk van de Doopsgezinden stond en staat nog steeds in Wageningen. De dominee aldaar was een zeer vriendelijke, erudiete, muzikale man, maar hij kon niet met kinderen overweg. Vlakbij die kerk zat ik op de middelbare school en dus kon ik mooi na schooltijd bij hem op catechisatie.



In 1961, op mijn 17de, vertrok ik naar Utrecht om daar geschiedenis te gaan studeren. Ik stortte mij in de oecumene. Op woensdagmiddagen ging in de Janskerk een geestelijke voor. Er kwamen veel studenten op af. Het was geweldig. Waarom zijn wij niet één Christenheid?

Vlakbij mij was de Doopsgezinde kerk met een predikant die me enorm aansprak. Hij vertelde dat hij weg zou gaan uit Utrecht, omdat hij beroepen was tot gevangenis-predikant. Ik ben ijlings bij hem op belijdeniscatechisatie gegaan. Hij vertelde met een geweldig gevoel voor humor over zijn gezin met vier zoons, over de studenten (af en toe viste hij er wel eens eentje uit de Oude Gracht voor zijn huis) en hij legde er de nadruk op dat het erom gaat wat je in de praktijk met je geloof doet. Het gaat om wat je ervan maakt in het dagelijks leven en niet of je nu Doopsgezind of wat dan ook bent. Uiteraard spraken wij over dopen en dus het toetreden tot de gemeente. Door de doop ben je een nieuw mens, zoals Paulus schreef in zijn tweede brief aan de Corinthiërs hoofdstuk 5 vers 17. De dominee zei me bij mijn doop dat ik ondanks alles moest blijven hopen en vertrouwen, tegen al het moeilijke dat het leven me te verwerken zou geven in. Het 'En toch' dat God ons in het hart geeft. "Houd je doop in herinnering en bewaar je belijdenis", zei hij. Dat heb ik ook gedaan. Af en toe pak hem weer en denk dan "Ja" of "Nee, het is nu iets anders".



Soms vraag ik me af, of ik, als ik heel sportief zou zijn of kunstzinnig, ook zoveel tijd aan mijn kerk en alles wat erbij komt, zou besteden. Namens mijn kerk zit ik in de Haagse gemeenschap van kerken en namens de kleine kerken in het dagelijks bestuur ervan. Ik lach daar wat af, maar haal ook mijn hart op aan de gesprekken. We zijn zelfs en retraite geweest in een klooster. Wat sta je dan dicht bij elkaar. Maar in de diensten bij die andere kerken heb ik toch weer de nodige moeite. Af en toe is mijn doopsgezinde kerk ook niet alles, maar het is heerlijk om ergens bij te horen en te weten dat men om elkaar geeft en dat je er vanuit die gemeenschap in het leven van alle dag weer tegenaan kan. We hebben het goed met elkaar en vandaar uit kan ik voort.

Coos Wentholt 
 

Reacties: Geen berichten
Uw reactie
Naam (Log in): 
E-mailadres: 
Onderwerp: 
Bericht: