Uw zoekopdracht Uw zoekopdracht
PDF PDF Print

De Perenboom

De Perenboom

Ik vertrok in 1985 uit mijn geboorteplaats Maçka om als bruid naar Nederland te gaan; naar een voor mij onbekend land; naar Mehmet, mijn kersverse echtgenoot die ik nog maar kort kende. Mijn familie liet ik achter. Ik was pas 16 jaar. Twee koffers met kleren had ik bij me, en een hoofd vol herinneringen…

Mijn dorp, mijn boom

Wij woonden in Maçka, een plaats niet zo ver van de stad Trabzon in Noord Oost Turkije. We waren thuis met negen kinderen, vijf jongens en vier meisjes. Mijn moeder overleed toen ik nog maar zeven jaar was, mijn jongste broertje was toen pas vier maanden oud. Dat was een zware tijd voor mijn vader. Het duurde een paar jaar voor hij hertrouwde. Toen zijn er nog vier kinderen geboren. Lieve kinderen, maar mijn stiefmoeder was niet zo aardig.

Aan mijn vader heb ik dierbare herinneringen. Ik had een goede band met hem. Hij heeft een perenboom in de tuin geplant toen ik nog klein was. Ik groeide en de perenboom groeide. Hij zei altijd dat het mijn boom was. Hij heeft er een schommel in gehangen toen de boom groot en sterk genoeg was. Ik heb heel wat geschommeld, hangend aan mijn eigen boom!

Na zes jaar lagere school bleef ik thuis. Jammer, ik had graag willen leren, dokter willen worden. Maar de tijd was toen anders.

Trouwen en schoonouders

Een familielid heeft Mehmet in contact gebracht met onze familie. Mehmet woonde al jaren in Den Haag met zijn ouders, broers en zussen. Hij wilde mij als bruid en hij heeft me drie maanden na de kennismaking geschaakt. Ik wist niets van dit plan, ik kende hem nauwelijks. In zo’n geval is het bij ons de gewoonte dat je dan trouwt. Ik trouwde in Turkije en later was er nog een keer feest in Nederland.

In Den Haag woonde ik dicht bij mijn schoonouders in de van Ostadestraat. Ik voelde me best alleen, ik had alleen mijn man en mijn schoonfamilie. Met mijn man praatte ik niet veel. Gelukkig had ik fijne schoonouders. Vooral mijn schoonmoeder was een lieve vrouw. Ik had dagelijks contact met haar. Maar zij sprak niet graag over het verleden. Maar één keer heeft zij mij verteld over haar komst naar Nederland. Zij kwam met een paar van de kinderen naar mijn schoonvader, die al een tijdje in Nederland werkte. Later kwamen ook de andere kinderen over. Toen was het gezin met ouders, vier jongens en vijf meisjes weer herenigd. Dat mijn schoonvader ook nog een Nederlandse vrouw had, dat kwam mijn schoonmoeder pas in Nederland te weten. 

Toen zij erg ziek was en zou sterven aan kanker, ben ik met haar meegegaan naar Turkije. Ik heb haar verzorgd tot zij stierf. Mijn schoonzus zorgde in die tijd voor mijn kinderen.

Gezin en werk

Ik ben direct gaan werken toen ik in Den Haag aankwam.  Eerst was dat werk in de bloementeelt in het Westland. Later had ik een baan in een wasserij. Het langst, 18 jaar, heb ik haring gefileerd. Daar ben ik mee gestopt toen mijn arm ontstoken raakte. Ik ben nooit naar Nederlandse les geweest. Ik heb de Nederlandse taal vooral geleerd op mijn werk.

Ik heb altijd gewerkt, ook toen er kinderen kwamen. Dat zijn er vier, twee dochters en  twee jongens. De kinderen doen het goed. De oudste drie zijn nu het huis uit, zij hebben gestudeerd. De jongste woont nog thuis bij mij. Ik ben erg trots op mijn kinderen.

Met mijn huwelijk is het niet goed gegaan. Ik ben daarom vijf jaar geleden van mijn man gescheiden. Ook al is het moeilijk, ik blijf actief en optimistisch. Nu doe ik geen betaald werk, maar ben ik als vrijwilliger actief bij de stichting Avrasya.

Turkije en Nederland

Ik heb regelmatig contact met mijn familie in Turkije. Soms ga ik op bezoek bij hen. De meeste familie woont nu in Istanbul. Mijn broers komen af en toe naar Nederland.

Voor mij zijn Turkije en Nederland even belangrijk. Turkije is mijn geboorteland. In Nederland woon ik nu en ook mijn kinderen. Soms mis ik Turkije, maar als ik daar ben mis ik Nederland.

Ik heb eigenlijk geen waardevolle dingen uit Turkije meegenomen. Wat ik van mijn huwelijk had is nu allemaal weg, dat wilde ik niet bewaren.

Maar ik heb een eigen boom in Turkije achtergelaten. Toen mijn broer ooit een nieuw huis wilde bouwen op het terrein en de perenboom in de weg stond, had mijn vader gezegd: “deze boom is van Fatma, deze boom mag nóóit weg”.  Daarom staat mijn perenboom er nog steeds. Mijn kinderen hebben ook geschommeld in de boom als we op bezoek waren, en ook de kinderen van mijn broer. Wie weet zullen er ooit kleinkinderen van mij schommelen in de perenboom die hun overgrootvader heeft geplant: de boom van Fatma.