Uw zoekopdracht Uw zoekopdracht
PDF PDF Print

Wij verwachtten arbeiders. Er kwamen mensen

Gülümser Kalender

 

WIJ VERWACHTTEN ARBEIDERS

ER KWAMEN MENSEN

Er is een land in mijn hart en er is een land om me heen. Maar ik leef in mijn eigen  cocon met  kennis en ervaringen gekregen van allebei de landen. Ik pas niet meer in alle twee. Als ik in Turkije ben doe ik mijn Turkse masker op, en vice versa.

In November 1973 kwam ik bij de diplomatieke dienst in Nederland om de Turkse arbeiders te helpen om hun problemen.

In het vliegtuig merkte ik al dat de mensen die van het binnenland kwamen heel anders waren dan de stadsmensen in Turkije. Ik raakte in gesprek met de man die naast mij zat . Hij vertelde mij dat hij zijn zonen naar Nederland had gebracht, maar nooit zijn dochters. Hij wilde zijn dochters beschermen door hun de vrijheid van de moderne vrouwen niet te laten zien. In het Turks noemen wij dit ‘om hun ogen dicht te houden’.

Toen het vliegtuig Amsterdam naderde, keek ik naar beneden. Het uitzicht was zo anders dan in Ankara. In plaats van bergen met sneeuw, krullende straten, stapels huizen zag ik een plattegrond met liniaal getekende wegen, huizen, bosjes en alles wat in een stad is. Op weg naar Den Haag leek het of ik naar een ruimtestation was gekomen.

 

De Ambassade had een kamer geregeld voor mijn verblijf. De hospita was aardig, zij vertelde mij de huisregels en ik kreeg mijn allereerste schok. Ik had haar verteld dat ik getrouwd was en 2 kinderen had. Zij vertelde mij dat ik 2 vriendjes in mijn kamer mocht ontvangen, en niet meer. Toen zij dat zei dacht ik er aan dat overspel van een getrouwde vrouw in Turkije moord betekent, want de kuisheid van de vrouw is de eer van de mannen van de familie. Maar ik heb niets gezegd.

Jaren later, toen ik tolkte op het Paleis van Justitie, zou ik het volgende vertalen: twee Turkse mannen zaten te praten in een café en de ene zegt tegen zijn vriend: “ik heb brief een gekregen uit ons dorp. Jouw vrouw is ondeugend geweest.” Op deze woorden voelde zijn vriend zich in zijn eer betast. Hij haalde een mes uit zijn zak en heeft hem dood gestoken. De rechter zei tegen hem: “Is het nu eervol dat je vrouw en jouw kinderen alleen zullen blijven en jij al die jaren naar de gevangenis gaat? “

De volgende ochtend toen ik naar de ambassade liep merkte ik dat er onderweg geen man achter mij woorden gooide, wat niet voorkomt in Ankara.

Mijn buurvrouw had een winkel waar zij honden knipte. Tot mijn grote verbazing zaten de honden op een hoge stoel en keken naar de spiegel. Na het knippen draaide zij hun hoofd naar beide kanten alsof ze wilden zien hoe het geworden was. In Ankara was er geen honden knipwinkel en ook geen slimme honden.

De buurvrouw had een Turkse man als minnaar, die getrouwd was en kinderen had in Turkije. Ieder jaar ging de man met vakantie naar zijn familie,  en de Hollandse vrouw stuurde dure giften naar zijn vrouw en haar kinderen. Zij vertelde mij dat de Turkse man als samenlevingsvoorwaarde had gezegd “Als mijn landgenoten aan de deur komen moet je coca cola aanbieden en vragen of zij eten lusten.”

Langzamerhand begon ik te voelen wat eenzaamheid betekent. De Nederlanders en de Turken in dit land praatten zo anders dan ik gewend was. Ik begon de reden te begrijpen waarom moderne vrouwen uit Turkije, als zij in buitenland gaan leven, godsdienstig worden, een hoofddoek dragen en beginnen met moskees te bezoeken. Ik ging naar een kleine kerk in de omgeving om te bidden. Er was niemand behalve ik. Ik zong Tosca’s aria tegenover het Mariabeeld:

“Ik leefde met kunst en liefde,

Sneeuw wit is mijn levens weg,

Oh God! Waarom hebt u mij alleen gelaten.”

Na een winterlang peinzen of ik terug zou gaan of niet, hadden de scholen vakantie en kwam mijn familie naar Nederland. Ik heb een huis gehuurd. Wij spraken met zijn allen of ik ontslag moest nemen en met hun terug gaan of niet. Toen begon de strijd in Cyprus en de grenzen van Turkije werden gesloten. Wij moesten met zijn allen in Nederland blijven. Ik ging door met werken. De kinderen gingen naar Nederlandse scholen.

Meeste GASTARBEIDERS, zo werden zij genoemd, kwamen naar de ambassade voor verschillende zaken. Ze zagen eruit alsof ze een masker van pijn droegen. Levensvreugde was uit hun gezichten gewist. Soms ging ik naar GAK dokters met hun. Een man bijvoorbeeld moest een schijnhuwelijk aangaan met zijn zuster (die een verblijfvergunning had) om in Nederland te komen om werk te zoeken terwijl hij getrouwd was en kinderen had. Hij had werk gevonden maar hij miste zijn familie en het was onmogelijk om hun naar Nederland te brengen. Hij was psychisch in de war geraakt. Er waren veel van dit soort zieke Turkse mannen en vrouwen. Soms vertelde ik het huis.

Een keer vertelde ik dat ik met een psychische zieke vrouw naar de GAK doktor ging. De vrouw moest zich uitkleden en ik zag een operatie spoor van haar borst dwars door tot in haar liesstreek. Toen de doktor haar naakt zag greep hij naar haar borst en buik. Ik voelde de pijn op  mijn lichaam. Mijn zoon van 20 jaar zei “Moeder waarom heeft u niets gezegd om dat schandalig gedrag van de dokter te stoppen.? Bent u zo naïef? Waarom moet een dokter voor een psychische controle een vrouw uitkleden en haar lichaam aanraken?”                

Een jaar later las ik in de krant dat die dokter van zijn werk ontslagen was. Maar die scène zal ik nooit vergeten.

De problemen waren er aan beiden kanten. Sommige arbeiders begonnen veel kinderen van hun dorp in het register in te schrijven om meer kinderbijslag te krijgen.

In de kranten verschenen teksten als: WIJ VERWACHTEN ARBEIDERS MAAR ER KWAMEN MENSEN.

Uiteindelijk werd de term GASTARBEIDER wettelijk afgeschaft en in plaats daarvan kwam het woord MEDELANDERS, en nu TURKSE MEDELANDERS

Dit jaar in Oktober heb ik feest. In Nederland heb ik 40 Jaar doorgebracht. Dat is meer dan ik in mijn geboorteland Turkije heb geleefd. Moeilijk te geloven. Er zijn bittere en zoete herinneringen.

Dankzij God ik heb drie kleinkinderen gekregen plus drie mensen die ik in de Hemel zocht maar op de aarde heb getroffen; Dr.Kootte, Tandarts Putten en  vriendin Thea Schellekens.

G.Kalender Tezcan

 

DE KAARS IS UIT

In een huis zonder thuis

omhelzen wij elkaar.

Wij zijn met de Islam opgegroeid,

maar een Mariabeeld boven de deur beschermt ons.

In welke wereld zijn wij, vraag ik mij af.

De achtergrond muziek klinkt in mijn hoofd :

“ Laten wij een huisje bouwen,

zoals kleine vogeltjes.”

“ Het kan niet” zegt de zwart gevleugelde schim.

“ de vogel, zijn vleugels zijn gebroken.”

….

Er is geen bed

wij kunnen niet één zijn.

Er zijn geen woorden voor mijn verdriet.

….

Als dit onze laatste gesprek in de tuin is

laten wij ons dan bloot geven.

Het maakt niet uit hoe wij ons voelen.

Ik hoor Barcarole muziek op de achtergrond.

Het begint donker te worden.

Het begint te regenen.

De kaars is aan het doven.

De kaars is uit.

G.Kalender Tezcan

30 Mei 2012 Den Haag

 


GESPREK MET EEN COLUMNIST

Wanneer ik er niet meer ben,

en jij ook niet,

dan zullen mijn gedichten opgedragen aan Den Haag

hun plaats vinden.

Misschien dat dit gedicht op de muur van het Vienna Café

in het centrum geschreven zal zijn.

Misschien dat mijn standbeeld naast dat van Louis Couperus

op het Lange Voorhout vlakbij de Hofvijver, waaraan

Het Parlementsgebouw ligt, zal staan.

Dan zullen er geen politici zijn die nu de minderheden sarren.

Dan ga ik, in het ververleden

uit het buitenland gekomen, vreemdeling,

mijn hand aan Louis Couperus geven

op het Voorhout waar krokussen bloeien.

20 Maart 2011

G. Kalender Tezcan

  

LIEVE NEDERLAND

(Aan Koningin Beatrix)

Goede morgen Nederland!

Ik doe het raam open

kom binnen.

Laat jouw wind de dode vlinders wegwaaien,

laat jouw regen mijn verdriet wegwassen,

laat jouw natuur met zijn onvoorwaardelijke liefde mij omhelzen,

laat de lucht van vrijheid en recht mijn hart vullen.

Goede morgen Nederland!

Groet aan jouw oneindige zee,

groet aan elke zandkorrel op jouw strand.

Vaderland!

Jij bent hoop in de ogen van donkere kinderen en

liefde in de ogen van blonde leraren.

Je koestert iedereen.

Zolang de wereld zal draaien

hoop ik dat je blijft;

een troon voor al jouw bewoners,

een kroon voor alle vrouwen .

Met groeten aan de koningin aller koninginnen

goede morgen Nederland!

Gülümser Kalender Tezcan

Augustus 2005 Den Haag