Uw zoekopdracht Uw zoekopdracht
PDF PDF Print

Het leven van de migrant

Nimet Avgan

Ik ben geboren in Turkije. In een gebied vlakbij Rusland. Idgir is de grote stad vlakbij mijn dorpje. Ik keek vanuit de tuin met de grote fruitbomen naar de bergen en vroeg mij af “wat is daar achter”. Ik was heel nieuwsgierig!

Op mijn 16de ging ik voor het eerst over die bergen. Een ander leven tegemoet met hoge verwachtingen.

Met de bus en de trein, een reis die toen 2 dagen duurde, naar Ankara. Voor het eerst van mijn leven was ik in een grote stad. Ik kwam ogen te kort! Moderne mensen, hoge flatgebouwen, heel veel auto’s, winkels, theaters en bioscopen. 

Vandaar met het vliegtuig naar Nederland, het was een lange reis. Mijn vader werkte hier al 4 jaar toen ik met mijn moeder, broers en zussen in Nederland aankwam. Ik wilde graag weg, mijn dorp raakte leeg. Velen vertrokken naar Europa. Hoewel ik Nederland niet kende wilde ik graag gaan. Daar kon je geld verdienen, het leven zou anders en veel spannender zijn dan in een dorpje in Turkije.

Dat viel tegen, kleine huizen, slecht weer! Ik miste Turkije. Een keer in de week mocht ik samen met andere Turkse dochters naar de Turkse film. De vaders stemden dat wel onderling af. Hun dochters mochten niet te vrij worden, anders zouden de mensen over ze gaan praten.

Dat was het uitje. Na de film droomde ik van Turkije zoals ik het in de film gezien had, “alles in de film was mooi en goed, mooie kleren, mooie huizen, mooie muziek”. 

In Turkije droomde ik van Nederland en in Nederland droomde ik van Turkije. 

Toen ik 20 jaar werd, ben ik even terug naar Turkije gegaan om te trouwen. Later, weer terug in Nederland, ben ik gaan werken in de “Tuinen” in Naaldwijk. Ik heb daar van 1974 tot 2000 gewerkt. Dat is nu voorbij. Ik heb hier veel verdriet om gehad.

Vroeger kreeg je vaste contracten, nu niet meer. 

In 1986 kwam mijn man bij een auto ongeluk om het leven. Mijn beide zoons zijn hier in Den Haag geboren en zijn nu volwassen. Ik heb ze grotendeels alleen opgevoed. Een zoon woont in Istanbul. Hij dreigde in Den Haag het verkeerde pad op te gaan. Zijn oom, de broer van zijn overleden vader bood hulp aan. En omdat de oom in Turkije woonde, moest hij naar Turkije emigreren. Het gaat nu heel goed met hem, hij is getrouwd en krijgt binnenkort een kindje. Mijn andere zoon woont hier in Den Haag.  

Mijn ouders zijn na 10 jaar hier gewerkt te hebben, terug gegaan naar Turkije. Inmiddels zijn ze hoogbejaard. Wij zijn gebleven. Ik wil niet terug. Hier heb ik mijn vrijheid, mijn vriendinnen, mijn leven en mijn zelfstandigheid. Samen met mijn vriendinnen en mijn tante ga ik vaak op stap: naar het winkelcentrum bij de Leyweg, in de Bogaard, naar de markt en naar het buurtcentrum. Ik zou niet weten of ik die vrijheid in Turkije ook heb. Ik woon langer hier dan daar! Ik ga wel elke zomer op vakantie in Turkije. 

Nimet houdt van dichtkunst en schrijft gedichten. Ze heeft een gedicht bij het Huis van Gedichten geschreven over de reis naar Europa. Hiermee heeft zij een prijs gewonnen daar  is ze uiteraard heel trots op. Ook heeft zij een gedicht geschreven over ‘Vriendschap’. “Ik had een vriendin toen ik jong was”, vertelt Nimet, “mijn vriendin Nezla”. Nezla en Nimet werkten samen in Naaldwijk. Ze had haar lang niet meer gezien, maar kwam haar ineens op straat tegen. Ze vlogen elkaar in de armen en kletsten bij. Direct hierna schreef Nimet een gedicht over vriendschap. Een mevrouw heeft dit gedicht op muziek gezet en er een lied van gemaakt! Nimet schrijft zowel Turkse als Nederlandse gedichten. Op de vraag wat Nimet had meegenomen uit Turkije antwoordt ze; “Ik had niet veel meegenomen, we lieten eigenlijk alles achter. Maar wat ik echt met mij mee wilde nemen en perse wilde bewaren was een klein boekje, met een slotje, waar gedichten in geschreven waren…… ik heb het jammer genoeg weg moeten doen.”