Uw zoekopdracht Uw zoekopdracht
PDF PDF Print

Integratie door de buren, zonder instanties

Fatma Aktas

Ik kom uit het noordoosten van Turkije, de berg van Agri Dagi (onder de berg van Ararat). Daar komt elke dag de zon op.

Vanaf mijn zevende tot negende jaar heb ik bij mijn Oma gewoond in de stad Igdir. Mijn ouders woonden al in Nederland. Het symbool van Igdir is net als van Den Haag de ooievaar.

Ik ben door de ooievaar meegenomen naar de stad van Vrede en Recht. Twee begrippen, die passen bij mijn gevoel voor rechtvaardigheid en gerechtigheid.

Uit mijn Haagse beginperiode rond 1976 herinner ik mij de sneeuwklokjes aan de Haagse grachten, schaatsen op de grachten en sleetje rijden in de sneeuw. Ik schreef er dit gedicht over:

Sneeuw is zo wit,

Sneeuw is zo puur,

Sneeuw is zo liefdevol,

Sneeuw is zo weer weg.

 Visfabriek De Jager

     Visfabriek De Jager

 

Mijn vader werkte in de wegenbouw, moeder in de visfabriek van De Jager op Scheveningen. Wij werden tussen de middag en na schooltijd opgevangen door onze buren, Oom Joop en Tante Lies en hun twee kinderen Richard en Sandra. Tussen de middag leerden we het Nederlandse eten kennen: boterhammen met kaas of pindakaas en ontbijtkoek. Vooral ontbijtkoek vond ik heerlijk. Na schooltijd wachtten ze ons op met thee en mariakaakjes.

’s Zondags  werden we door andere buren meegenomen naar Scheveningen. Dat waren Tante Fietje en haar man. Zij hadden een stomerij, die naar haar was vernoemd ‘Fietje’.  Ze bouwden met ons zandkastelen en onderwijl leerden ze ons Nederlandse woorden. Als lunch kregen we patat met ijs, een feest voor mij en mijn zusjes. Beide echtparen zorgden heel goed voor ons; de betrokkenheid van onze buren was geweldig.

 Met tante Fietje in Scheveningen

Met tante Fietje in Scheveningen

 

Vanaf mijn schooltijd ben ik bevriend met Astrid. Zij is nog steeds mijn beste vriendin. Haar vader was Oom Dik. Hij bracht mij jarenlang trouw elke week ontbijtkoek, omdat ik dat zo lekker vond. Dat heeft hij volgehouden totdat hij ernstig ziek werd en overleed. Astrids moeder, tante Wil, was een tweede moeder voor mij.

Ze leerde mij over het Rooms-katholieke geloof. Maria is mij altijd een voorbeeld geweest, hoe sterk zij in haar schoenen stond, terwijl vrouwen toen en nu nog steeds worden achtergesteld bij mannen. Voor mij als Turks meisje was het heel bijzonder, dat ik bij hen mocht logeren van mijn vader. Astrid logeerde ook bij ons, maar dan kwam haar moeder iedere dag controleren. Ook gingen Astrid en ik samen op Spaanse dansles. Dat was veel lachen en pret.

 

Mijn vriendin Astrid op Spaanse dansles

 

Al deze ervaringen hebben mij gevormd tot de persoon die ik nu ben. Ik ben blij, dat ik op deze wijze ben geïntegreerd en niet op de manier zoals dat tegenwoordig gaat. 

 

Oom Joop met de kinderen van ons gezin

Oom Joop met de kinderen van ons gezin

 

Tante Wil (rechtsboven) met alle kinderen uit de buurt