Uw zoekopdracht Uw zoekopdracht
PDF PDF Print

Intens blij elkaar nog te hebben

Voetballen tijdens het luchtalarm
Ik ben van 1930 en heb de Tweede Wereldoorlog dus als jongen meegemaakt. Op zo'n leeftijd beleef je een oorlog ondanks alle ellende ook een beetje als een avontuur. Ik zat op de R.K. MULO aan de Scheldestraat, vlakbij het Rijswijkseplein. Tweemaal per dag moest ik lopend heen en terug naar school. Ik passeerde dan de overweg aan de Schenkkade. Bij die overweg stond een seinhuis. Vanaf 1943 werd door middel van een gele vlag aan de trein die vertrok de mededeling gedaan dat ergens in Nederland op dat moment luchtalarm was. Voor ons was de vlag een teken om wat langzamer naar school te gaan, want als het luchtalarm ging dienden we bescherming te zoeken. We waren er snel achtergekomen dat onder het Schenkviaduct een betegelde ruimte was van ongeveer 60 bij 30 meter, waar tijdens het luchtalarm gevoetbald kon worden. Dat was niet verboden, want we waren daar min of meer beschermd. Zolang het luchtalarm duurde, bleven we voetballen. Na het beëindigen van het luchtalarm kwamen we te laat op school, maar we beriepen ons natuurlijk op overmacht!
Later, toen er aan alles gebrek was, werd de school gesloten, maar ook toen beleefden we avonturen. Door onze leeftijd werd ons bijna niets in de weg gelegd. Zo hielden de Duitse schildwachten ons bijvoorbeeld niet tegen als we het spergebied in gingen. Dit normaal voor burgers verboden gebied, bestond ruwweg uit het Benoordenhout, de Vogelwijk en grote delen van de Sportlaan. Met vriendjes liep ik naar Scheveningen, waar we naar de zee gingen kijken. We moesten daar wel halsbrekende toeren voor uithalen, want de kust was volgebouwd met allerlei verdedigingswerken zoals bunkers en kazematten.

Honger
Mijn vader had een handel in aardappelen, groenten en fruit. Hij en een oom van me hadden elk een paard en wagen dat in de oorlog een grote schat bleek te zijn. Door het gebrek aan vlees kwam het regelmatig voor dat dieren in het open veld ter plaatse werden geslacht. Uit vrees dat dit ook ons zou overkomen, hadden mijn vader en oom plaatsgemaakt in de verkoopruimte, zodat de paarden dicht bij ons waren.
Mijn vader verkocht ook brandstoffen. Deze werden in de strenge laatste winter van de oorlog een bijzonder schaars product. Nadat de geallieerden de drie zuidelijke provincies hadden heroverd, kwam de aanvoer van kolen uit de Zuid-Limburgse mijnen stil te liggen. Ook speelde de spoorwegstaking die in september 1944 uitbrak daarbij een rol.
Door de opmars van de geallieerde troepen en de spoorwegstaking werd ook de aanvoer van voedsel uit het oosten en noorden van Nederland sterk bemoeilijkt. Hierdoor kwam in het najaar en de winter van 1944/1945 de voedselvoorziening, vooral voor de bevolking in het westen, onder zware druk te staan. De toch al schamele rantsoenen werden steeds kleiner. In de laatste fase van de oorlog was per persoon slechts een halfje brood (400 gram) per week beschikbaar. Bovendien liet de kwaliteit van dat halfje veel te wensen over. Veel mensen kregen door het voedselgebrek hongeroedeem, zodat bijvoorbeeld hun benen en voeten opzwollen. De overheid probeerde enigszins tegemoet te komen aan het probleem door gaarkeukens te openen. Daar kon je iedere dag wat voedsel halen. Rond het middaguur stonden lange rijen mensen te wachten met pannetjes en een vork of lepel om ter plaatse al een deel van het voedsel te consumeren. Helaas waren de hoeveelheid en de kwaliteit van de dagelijkse portie niet voldoende om de honger te stillen.

Het voorspel van het bombardement
In 1944 kwamen er steeds meer berichten dat de Duitsers bezig waren geheime wapens te ontwikkelen om daarmee het verliezen van de oorlog af te wenden. We deden het af als propaganda. Helaas bleek het waar te zijn. We maakten begin september kennis met de V1 en V2 (V = Vergeltungswaffen) en dat hebben we geweten. De V1 en V2 waren vliegende bommen die door een raket werden aangedreven en richting Londen en Antwerpen werden afgevuurd. Zo wilde men het leven in die steden ontwrichten en de angst voor het onbekende en onberekenbare wapen aanwakkeren. In de periode september 1944 tot en met april 1945 werden de V1 en V2 afgeschoten.
De geallieerden hebben kosten noch moeite gespaard om op te sporen waar deze wapens werden gelanceerd. Dit was erg moeilijk, omdat de raketten afgevuurd werden van verplaatsbare lanceerinrichtingen en de installatie na een lancering direct werd verplaatst. De Duitsers vuurden ze af vanuit onder andere de bosrijke gebieden achter Huis ten Bosch, renbaan Duindigt en Wassenaar.
Vanaf 1 januari 1945 werd de geallieerde luchtactiviteit opgevoerd. Het was een heel riskante onderneming om overdag met een voertuig over de Bezuidenhoutseweg te rijden. De geallieerden vlogen meestal met kleine gevechtstoestellen, die niet alleen konden mitrailleren maar ook kleine bommetjes bij zich hadden. Een andere bron van angst en vrees die steeds groter werd, was de slechter wordende kwaliteit van de V-wapens. Ik herinner me nog de kleine vierkante vrachtauto's waar aan de achterkant een pijpje te zien was. Het leek alsof er warme stoom uitkwam maar het was diepgevroren, vloeibaar gemaakte brandstof om de V-wapens de lucht in te schieten. Als we zo'n vrachtauto zagen, wisten we dat we binnen niet al te lange tijd een V1 of V2 konden verwachten. Er ging nogal eens iets mis bij de lancering, waardoor vaak burgerslachtoffers vielen. Zo was er november 1944 een inslag bij de Kruisvaarders van St. Jan, een opvangtehuis voor jongeren in Spoorwijk. Op nieuwjaarsdag 1945 viel rond 5 uur  's middags een V-wapen in de Indigostraat en in de nacht van 3 op 4 maart - de nacht na het grote bombardement - op de hoek van de Schenkweg en de Schiestraat,  waardoor een krater van een meter of vijftien ontstond.
De tweede helft van februari was voor mij een periode waarin iets in de lucht hing; ik kon het niet benoemen, maar het ging niet aan me voorbij. Op donderdag 1 maart viel er een bommetje dicht bij ons in de buurt. Door de luchtdruk sneuvelden onze ruiten. We timmerden de ramen provisorisch met hout dicht.

Het bombardement
Op de morgen van zaterdag 3 maart 1945 werd rond half negen 's ochtends de lucht gevuld met zwaar vliegtuiggeronk. Alleen maar geallieerde vliegtuigen, Duitse waren in geen velden of wegen te bekennen. Dit geluid was voor ons niet zo verrassend, omdat het omstreeks die tijd meestal te horen was. Vaak kon je de vliegtuigen ook zien. Die kwamen dan terug na Duitse steden te hebben gebombardeerd. Ons huis aan de Van der Parrastraat 14 lag parallel aan de Schenkkade en we leefden in de keuken aan de achterkant van het huis, waar een fornuis stond. Er was geen gas meer; het fornuis werd brandend gehouden met alles wat maar brandbaar was. De hele dag stond er wel iets op het vuur. Bijna altijd werden er suikerbieten gekookt; het vocht werd ingekookt en dan bleef er heerlijk zoete stroop over. De bietenpulp diende min of meer als maagvulling.
Op die 3e maart zagen we opeens in de richting van de Bezuidenhoutseweg grote ontploffingen en hoorden we harde knallen. Er bleek een serie bommen te zijn ingeslagen. Deze vielen in de Theresiastraat vlak voor de slagerswinkel van de firma Slootweg, waar op dat moment een lange rij voor de winkel stond. Er was die morgen vlees - uiteraard op de bon - verkrijgbaar. Er vielen veel slachtoffers. Een van hen was Leo Harms, een schoolvriendje uit de Louise de Colignystraat en het enige kind van zijn ouders.
Het bombardement ging door, de hel was letterlijk uitgebroken. De huisdeur klepperde en ons huis schudde op zijn grondvesten. Een reeks bommen viel en ontplofte. Dan was er even een stilte en daarna begon het te 'regenen'. Het was geen echte regen, maar een regen van scherven, die vaak ruw, scherp en gloeiend heet waren.
Ik was thuis met drie zusjes, tien, vijf en dik een half jaar oud, mijn moeder en een tante. Mijn vader was die morgen naar de groente- en fruitmarkt gereden met zijn paard en wagen, in de hoop nog wat groenten te bemachtigen. Die groente- en fruitmarkt was gelegen aan de Marktweg, vlakbij het Zuiderpark. Toen het wat stiller werd, vond mijn moeder het raadzaam om weg te trekken in de richting van Voorburg. Ik heb het paard dat er nog stond ingespannen en wat spullen op de wagen geladen. Ik kreeg de uitdrukkelijke order van mijn moeder om het pas gekregen Zweedse wittebrood en de margarine in een sloop te doen en vooral niet te vergeten deze lekkernij mee te nemen. Mijn moeder, tante en mijn drie zusjes op de wagen gezet en richting Laan van Nieuw Oosteinde gereden. In het restaurant Vronesteijn werd geprobeerd de mensen op te vangen. We werden ondergebracht in een school aan de Vijverhof, waar voor strozakken en wat eten werd gezorgd. Aangezien we aan de westkant van Voorburg zaten, konden we in de verte het Bezuidenhout zien branden. Waar mijn vader was wisten we niet. Navraag gedaan, maar niemand kon ons informeren. De angst dat er met hem iets gebeurd was, werd steeds groter.

 
Laan van N.O. Indië, H.B. Olierook


Er waren twee routes naar Voorburg, een via de Laan van NO-Indië en de andere via de Adelheidstraat langs het V.U.C.-veld en onder de spoorbrug naar de Admiraal de Ruyterweg, de vooroorlogse Koningin Wilhelminalaan. (De naamsverandering moest op last van de bezetter gebeuren. Ook in het Bezuidenhout is dat gebeurd, de Wilhelminastraat werd Agathastraat) We hoorden al gauw dat in de route via de Adelheidstraat een serie bommen op de stroom

vluchtenden was neergekomen en dat daarbij vele doden en gewonden waren gevallen.
Later hoorden we hoe het mijn vader was vergaan. Hij had gehoord en gezien dat er in het Bezuidenhout bommen waren gevallen en wilde zo vlug mogelijk naar huis om te kijken hoe het met ons was. Toen hij de spoorwegovergang passeerde, zag hij de omvang van de ramp. Hij werd staande gehouden en moest zijn paard en wagen afgeven om slachtoffers te vervoeren. Hij weigerde dat, maar als compromis moest hij toen meewerken om dat lugubere werk te doen. Op zijn wagen werden deuren gelegd die uit de gebombardeerde huizen waren gehaald. Daarop kwamen lakens, waarop de mensen werden gelegd. Pas tegen de avond was dit werk klaar en mocht hij zijn eigen weg gaan. Hij ging op zoek naar ons. Na een aantal omzwervingen en onzekerheid waar hij ons moest zoeken, werd hij 's avonds rond negen uur met ons herenigd. We waren gezond en wel en dankbaar dit overleefd te hebben. Ik had mijn vader nog nooit zien huilen. Nu biggelden de tranen over zijn wangen. Wat waren we intens blij elkaar nog te hebben. Op dat moment dachten we er maar niet aan wat we zouden terugvinden van huis en haard.

Gevolgen van het bombardement
Er zijn zoveel dingen gebeurd die met het 'Vergissingsbombardement' te maken hebben. Een van die voorvallen betrof de St. Liduinakerk aan de Schenkkade. Bij het bombardement werd de spits van de kerk geraakt. Deze kwam terecht op het schip van de kerk. Daardoor was de kerk voorlopig onbruikbaar voor kerkdiensten. Ook de pastorie werd zwaar beschadigd. Het toeval wilde dat er op het tijdstip van het bombardement een uitvaartdienst plaatsvond, geleid door pastoor Geldermans. Dankzij een mededeelnemer aan de verhalentafel kan ik melden voor wie deze dienst was:
"Overlijdensakte nr. 1077 te 's-Gravenhage
Op 26 februari 1945 is overleden
Cornelis Laurens Hendriks, oud 59 jaar, van beroep: koetsier
Geboren en wonend alhier, echtgenoot van Gijsberta van Wulfen, zoon van Petrus
Johannes Hendriks en van Maria Catharina van der Ende, beiden overleden."

 
Onze Lieve Vrouw van Goede Raad, H.B. Olierook


Het herstel van de kerk liet op zich wachten We waren in de nadagen van de oorlog en alle activiteiten lagen vrijwel stil. Het enige wat er gebeurde was dat het puin in de straten aan de kant geschoven werd om ruimte te maken voor het verkeer. De H. Liduinakerk was, zoals al gezegd, flink beschadigd en kon niet gebruikt worden. De andere R.K. Kerk, Onze Lieve Vrouw van Goede Raad aan de Bezuidenhoutseweg was
 
geheel verwoest; alleen wat treurige resten stonden nog overeind. De mensen die in de wijk waren achtergebleven, wilden graag een vervangende gelegenheid om in de wijk te kunnen kerken. Die werd voor de parochianen van de Liduinakerk gevonden in de gymnastiekzaal van de R.K. Meisjesschool in de Amalia van Solmsstraat, waar in de weekeinden soms vijf tot zes diensten werden gehouden. Later is er een noodkerk gebouwd in de Theresiastraat. Helaas kon pastoor Geldermans, die aan een slepende ziekte leed, niet meer voorgaan in de diensten.
Na de bevrijding werd met de herstelwerkzaamheden aan de kerk begonnen. In oktober kon hij weer in gebruik worden genomen. Een wrange samenloop van omstandigheden was dat de eerste uitvaartdienst in de herstelde kerk werd opgedragen voor pastoor Geldermans.
De spits van de toren werd niet herbouwd. De toren kreeg een platte bovenkant, waarop een groot kruis werd geplaatst. In de oorlog waren de kerkklokken uit de toren gehaald en op transport gesteld naar Duitsland om bij te dragen aan de Duitse oorlogsindustrie. Ik heb horen zeggen dat de boot waarin de klokken richting Duitsland werden vervoerd, op het IJsselmeer in het ongerede is geraakt. Naar alle waarschijnlijkheid zijn de eigen klokken opnieuw geïnstalleerd.
Met het opnieuw laten luiden van de kerkklokken werd gewacht tot de kerstnacht. Terwijl ik op weg was naar de nachtmis begonnen in het nachtelijk duister opeens de klokken te luiden. Een heerlijk geluid na een paar jaar van  stilte. Ik had het gevoel dat nu een periode van narigheid was afgesloten en er een geheel nieuwe periode was aangebroken.

 
Adelheidstraat, H.B. Olierook


Ik besluit met nog wat gebeurtenissen rondom het bombardement. Sommige zijn heel navrant. Zo was er de familie Houtman, man, vrouw en een kleine uk van rond een jaar. Ze wilden via de Adelheidstraat naar Voorburg vluchten en werden daar door de bommen getroffen. Vader en moeder zijn direct overleden. Het kleine meisje werd zwaargewond en is korte tijd later ook overleden. Extra triest was dat ze in mei 1940 het bombardement van Rotterdam hadden overleefd. Ze waren daarbij alles kwijtgeraakt. Een kleine vijf jaar later moesten ze helaas toch de tol aan de oorlog betalen.
Terwijl de bommen vielen en we nog thuis waren liep een man die ik kende bij ons binnen; de deur was door de luchtdruk open en hij vroeg of hij eventjes mocht schuilen. Hij woonde op de hoek van de Juliana van Stolbergplein en de Adelheidstraat. Terwijl hij bij ons schuilde, viel er voltreffer op zijn huis waarbij zijn vrouw en dochter de dood vonden.

In de Amalia van Solmsstraat woonde een schoolvriendje van me, Henk Pas. Op zijn huis viel een bom. Zijn moeder was thuis. Pas na het opruimen van het puin werden er beenderen gevonden. Aan een van de vingers zat een ring waardoor zijn moeder kon worden geïdentificeerd.
Een ander schoolvriendje, Klaas Houtman, was die morgen met zijn broertje naar de R.K. Kerk St. Liduina gegaan. De spits van de toren werd, zoals al gezegd, door een bom geraakt en de beide jongens vluchtten de kerk uit. Ze werden in het tegenoverliggende plantsoen dodelijk getroffen.
In de Jacob Mosselstraat 69 woonde een mevrouw met haar zoon. Die zoon was in de leeftijd waar de Duitse bezetter zeer actief jacht op maakte. Hij was elders ondergedoken, maar dit weekeinde was hij naar huis gekomen om het bij zijn moeder door te brengen. Hun huis werd door een bom getroffen en zowel moeder als zoon vonden de dood.
Het kon ook anders lopen. In 1985 ontmoette ik bij de herdenking van de 40ste verjaardag van het bombardement een oudere en wat jongere dame, die moeder en dochter bleken te zijn. Ze vertelden me het volgende verhaal. De oudere mevrouw en haar man woonden in de 3e van den Boschstraat. Mevrouw was hoogzwanger en elk ogenblik zou ze kunnen bevallen. Gezien alle onrust zo dicht bij de Bezuidenhoutseweg ging het echtpaar op die zaterdagmorgen rond half acht lopend op weg naar het ziekenhuis om daar de bevalling af te wachten. Een gezonde dochter werd geboren. Na de bevalling ging de nieuwe vader naar zijn huis en tot zijn grote schrik en ontzetting was hun woning getroffen en lag alles in puin.

De ervaringen van 3 maart 1945 hebben op mij een onuitwisbare indruk gemaakt en me ervan overtuigd dat een oorlog het ergste is wat een mens kan overkomen. Helaas blijkt, nu ik een flink aantal jaren later terugkijk, dat de mensheid nog niet geleerd heeft de wereld leefbaarder te maken. Het Franse spreekwoord zegt niet voor niets: "L'histoire se répète."
Ik ben blij dat ik door de verhalentafel over het 'Vergissingsbombardement Bezuidenhout 1945' de gelegenheid heb gekregen om mijn belevenissen van die tijd aan de vergetelheid te ontrukken. Het is jammer maar onvermijdelijk dat de generatie die getuige was langzamerhand gaat verdwijnen.

Piet Verreck
 

Reacties: 1-2
Door Gast: Adriaan Pels @ 2015-02-13 12:48:24
hongerwinter
Over het bombardement op het Bezuidenhout lees ik: "... Deze vielen in de Theresiastraat vlak voor de slagerswinkel van de firma Slootweg, waar op dat moment een lange rij voor de winkel stond. Er was die morgen vlees - uiteraard op de bon - verkrijgbaar."
3 maart 1945 was het nog volop hongerwinter. 200.000 Nderlanders stierven. Volgens mij was er toen geen enkel voedsel te koop, laat staan vlees. Of heb ik een andere oorlog meegemaakt?
Deze tekst is weer actueel nu hij op een informatiebord in de Theresiastraat is verschenen en daarom waard te verifieeren.
Met vriendelijke groet,
Adriaan Pels.
Door Gast: C.W. De Jong @ 2017-02-09 13:19:03
Koster Liduinakerk
Als ik mij goed herinner is de koster van de Liduinakerk bij het bombardement omgekomen. Hij was een collega van mijn vader bij de Post Cheque- en Girodienst aan het Spaarneplein. Weet u nog een naam van deze familie of zijn er nog nabestaanden? De koster had wel kinderen, want die kwamen aan mijn vader vragen of hij wist waarom hun vader niet thuis was gekomen op 3 maart 1945. Mijn vader heeft toen dagenlang gezocht naar zijn collega en het stoffelijk overschot uiteindelijk teruggevonden in één van de ziekenhuizen. Hij heeft hem herkend aan de ring, die hij droeg. Ik hoop dat dit bericht nog bij u aankomt en kijk uit naar uw reactie.
Met vriendelijke groet
Kees de Jong
Reacties: 1-2
Uw reactie
Naam (Log in): 
E-mailadres: 
Onderwerp: 
Bericht: