Uw zoekopdracht Uw zoekopdracht
PDF PDF Print

Hongerwinter en bombardement

Herinneringen getekend door Boem van Ravenswaaij

 

Discriminatie van minderheidsgroepen is een van de meest verwerpelijke en gevaarlijke menselijke tekortkomingen. Zoals in de tweede wereldoorlog duidelijk bleek kan het leiden tot ondenkbare misdaden. Vooral onze Joodse medeburgers, ook in het Bezuidenhout werden in de oorlog hier op een afgrijselijke wijze slachtoffer van.

Veel Nederlanders moesten onderduiken en zich verschuilen in allerlei verborgen ruimten terwijl er huiszoekingen (razzia’s) plaatsvonden.

 

 De bezetters waren bang dat de Engelsen vanuit de zee zouden aanvallen en daarom bouwden ze dwars door woonbuurten in Den Haag heen een grote muur om tanks tegen te houden. De bewoners moesten op heel korte termijn maar zien een ander onderkomen te vinden en hun inboedel zelf te verhuizen.

Trams reden er bijna niet meer, dus de enkele die nog wel reed was gauw overvol.

Op verborgen plaatsen in de huizen luisterden de mensen clandistien naar de uitzendingen van Radio Oranje om de vorderingen van de geallieerde legers te kunnen volgen.

Op Dolle Dinsdag 5 september 1944 vluchtten Duitse militairen en Nederlandse NSBers na  berichten dat de geallieeerden Nederland binnengevallen zouden zijn.

Het westen van Nederland werd als laatste stukje van het land bevrijd. De bevolking daar leed onder het gebrek aan voedsel. Rantsoenering werd ingevoerd en voedselbanken (gaarkeukens) werden opgericht waar de burgers hun schaarse bonnen tegen nauwelijks eetbaar voedsel konden inwisselen.

Tulpenbollen en suikerbieten waren meestal hoofdbestanddelen van het avondmaal. De hond in de pot was ook geen onbekende gast.

Om iets eetbaars te kunnen bereiden, terwijl er nauwelijks brandstof te krijgen was, diende de uitvinding en toepassing van het klein ‘Majo’ kacheltje.

De mensen in het nog niet bevrijde Westen van het land gingen met hun kostbaarheden op  de fiets op ‘Hongertocht’ naar het platteland om hun bezittingen te ‘ruilen’ tegen aardappelen en ander voedsel.

Er was een lanceerbasis voor V 2’s in het Haagsche bos. Per vergissing bombardeerden de geallieerden het nabij gelegen Bezuidenhoutkwartier.

Tijdens bombardementen schuilde men in het trappenhuis omdat dat bij een voltreffer de veiligste plek zou zijn.

Dit standbeeld van Amalia van Solms en haar vier zonen bleef onbeschadigd in het bombardement van 3 maart 1945 terwijl de huizen rondom het totaal werden verwoest. Na de oorlog is het beeld verplaatst naar een andere plaats in de wijk.

Dit charmante pleintje verdween geheel van de aarde tijdens het bombardement van 3 maart 1945

Vluchten na voltreffer.

Na het bombardement

Gevluchte katten na het bombardement.

De bevrijding op 5 mei 1945

De eerste herdenking in 1946

Monument in Den Haag als nagedachtenis aan hen die toen omkwamen of met een blijvend trauma het bombardement overleefden.