Uw zoekopdracht Uw zoekopdracht
PDF PDF Print

Mijn band met Ypenburg

 

EERSTE KENNISMAKING
In 1950 bracht ik als joch van vijftien met een vriendinnetje, met wie ik als klein kind al had gespeeld, een bezoek aan het vliegveld Ypenburg. Wij mochten van mijn moeder een rondvlucht van een half uur maken met een eenmotorig vliegtuigje.Ypenburg had een mooi restaurant met een groot terras waar je kon genieten van de bedrijvigheid van het vliegverkeer.Van de vlucht herinner ik me dat we over Den Haag naar de kust vlogen en terug. Ik keek alleen naar de instrumenten en naar wat de piloot allemaal deed. Af en toe vertelde hij mij wat de instrumenten hém vertelden. Na ongeveer een half uur landden we weer op de grasmat van het vliegveld, tot grote opluchting van mijn vriendinnetje. Er was namelijk veel turbulentie in de lucht. Na deze ervaring ben ik vanuit Haarlem diverse malen met de blauwe tram naar Den Haag gereisd en heb vliegshows, de Internationale Luchtvaart Show Ypenburg , ILSY,  bezocht.Jaren later leerde ik het vliegveld beter kennen. Het werd mijn ‘thuisbasis’.

 

 

EEN STUKJE HISTORISCHE ACHTERGROND
Na de Tweede Wereldoorlog, toen Japan op 15 augustus1945 capituleerde na het bombardement op Nagasaki, werd op Java de Republiek Indonesië uitgeroepen als een soevereine staat. Nederland, dat over Nederlands-Indië het bewind voerde, erkende dit niet.Na een moeilijke periode van strijd en overleg werd op 27 december1949 de Soevereiniteitsoverdracht van  Nederlands-Indië aan de Republiek Indonesië getekend , met uitzondering van Nieuw-Guinea. Dit gebied bleef onder Nederlands bewind. Indonesië bleef zich echter inzetten voor de inlijving van Nieuw-Guinea.De Marine en de Mariniers alsmede een contingent militairen van de Landmacht waren daar al sinds 1948 aanwezig om het gebied te bewaken.In de jaren vijftig eiste Indonesië het gebied op door te dreigen met een militaire interventie. Nederland besloot in juni 1958 de defensie van Nieuw-Guinea te versterken door eenheden van de Koninklijke Landmacht en de Koninklijke Luchtmacht naar het gebied te zenden.Uiteindelijk werd in oktober 1962 Nederlands Nieuw-Guinea onder druk van Amerika en de Verenigde Naties overgedragen aan de UNTEA (United Nations Temporary Excecutive Authority).

 

MELDEN OP YPENBURG
Eind 1961 voerde Indonesië de druk op Nederland op door Nieuw-Guinea te infiltreren met militairen en dreigde het schepen en een luchtvloot op het gebied af te sturen.In deze periode werd een squadron straaljagers van de Koninklijke Luchtmacht naar Nieuw-Guinea gezonden, ter verdediging van het luchtruim aldaar.  Ik was getrouwd en woonde formeel bij mijn schoonouders in, in Den Haag. Voor die tijd was dat een gebruikelijke toestand. De woningnood was een probleem voor een beginnend gezin. De eis was onder andere dat je een kind moest hebben en dan was er, per gemeente verschillend, nog een wachttijd van anderhalf tot drie jaar voordat je een woning toegewezen kreeg.In die tijd werkte ik als beroepsmilitair op de vliegbasis Soesterberg en had een weekendhuwelijk.Op een dag, tijdens mijn werk als vliegtuigmonteur, werd mij bevolen om me bij de basiscommandant te melden. Ik schrok me rot: mijn echtgenote was hoogzwanger en nog niet uitgeteld.Ik spoedde me naar het hoofdgebouw. Goh, wat was ik blij: ik liep niet alleen, er waren wel twintig collegae die ook naar de basiscommandant moesten gaan. Het ging blijkbaar niet om mijn vrouw. De commandant lichtte ons in over de toestand in Nederlands Nieuw-Guinea. Om de verdediging van het gebied te verhogen en het tekort aan personeel aan te vullen, werden wij aangewezen om binnen 36 uur naar Nieuw Guinea te vertrekken.Hij vroeg of iemand nog sociale problemen had, waarop ik zei dat mijn echtgenote hoogzwanger was en binnen een maand zou bevallen. Als antwoord kreeg ik: “Sergeant, dat is een luxeprobleem”. Wij mochten meteen naar huis en namen afscheid van onze collegae met een onbestemd gevoel.

 

De volgende ochtend meldde ik me voor negen uur op de vliegbasis Ypenburg, bij het Bureau Buitenland. Ik was in burger en had toiletartikelen en burgerkleding  in een weekendtas bij me.In die 36 uur werd ons de tropenuitrusting verstrekt en kregen we nog even een cursus tropenhygiëne, een onsmakelijke cursus vlak voordat we aan tafel gingen. Die beelden blijven diep in mijn geheugen gegrift.De volgende ochtend moesten we ons melden op de basis Ypenburg. Met veel tranen nam ik afscheid van vrouw en familie.Van Ypenburg werden we naar Schiphol vervoerd. Een adjudant van het Bureau Buitenland begeleidde ons. Op Schiphol kreeg ik van de adjudant te horen dat ik als reserve was aangewezen en moest wachten tot het laatste vliegtuig, rond middernacht, vertrokken was. Gelukkig, ik mocht naar huis en werd netjes thuisgebracht, tot blijdschap van de familie, met de mededeling dat ik de volgende dag om zes uur weer klaar moest staan. En zo gebeurde het nog een keer: vroeg opstaan, afscheid met veel tranen van de familie, precies hetzelfde als de dag ervoor. Ook deze dag kwam ik tegen middernacht thuis.Voordat ik uitstapte, zei de adjudant dat ik eerst maar met ‘inschepingverlof ’ moest gaan en twee dagen voor het eind van dat verlof moest bellen of ons kind inmiddels geboren was. 

 

Tijdens dat verlof werd ik opgeroepen om naar de basis Ypenburg te komen en moest ik me melden bij de Chef Technische dienst. Het verlof werd voor drie dagen opgeschort omdat ik op Ypenburg aanwezig moest zijn bij een testprogramma met een vliegtuig. Na deze onderbreking heb ik me teruggemeld bij het Bureau Buitenland.Tijdens het verlof moest mijn hoogzwangere vrouw voor controle naar het ziekenhuis. Na het bezoek aan het Johannes de Deo ziekenhuis, op de terugweg naar huis, kreeg ze trek in wat lekkers. Een veel voorkomend gebeuren bij vrouwen in die toestand. We reden in mijn autootje, een GOGOMOBIL, een piepklein voertuig met een motorfietsmotor. Het had een plaats voor de bestuurder, ernaast een voor de passagier en op de achterbank was plaats voor een kind of bagage. We waren dichtbij het centrum van Den Haag. In die tijd kon je met de auto nog via het Westeinde, langs de Grote Kerk, naar de Schoolstraat rijden waar ongeveer in het midden Warong Wajang stond. Ik stopte en ging met mijn echtgenote naar binnen om iets lekkers te halen. Zoals dat vaak met ons gebeurde, besloten wij daar maar wat te gaan eten. Je kon boven gezellig zitten en we zochten een plaatsje bij het raam.Tijdens het lezen van de menukaart keek ik even naar buiten en zag dat een agent een papiertje onder de ruitenwisser schoof. Ik stond op, rende naar beneden en sprak de agent aan. Hij wees me erop dat je de auto op de Grote Markt gratis - waar is die goede oude tijd toch gebleven - kon parkeren. De agent was onverbiddelijk en bleef bij zijn standpunt. Hij vroeg naar mijn rijbewijs en adres. Ik vertelde hem dat ik beroepsmilitair was, wat inhield dat hij het proces-verbaal naar de Koninklijke Marechaussee moest sturen. Extra werk dus voor oom agent. Ook vertelde ik hem dat ik met inschepingverlof voor Nieuw-Guinea was, eigenlijk niet wist waar mijn standplaats was en dus geen adres had, behalve dan het Bureau Buitenland op de vliegbasis Ypenburg. Hij keek me lang aan, zo van: “Sta je me te belazeren ?” en sprak mij toen vaderlijk toe: “Dit wil ik je niet aandoen. Parkeer je auto en vergeet de bon”. Hij gaf me een hand en klopte me op de schouder.We hebben toen heerlijk een lunch gebruikt; vrouwlief was weer tevreden en we keerden huiswaarts. Al snel daarna beviel mijn vrouw van een gezonde dochter.Ik heb nog veertien dagen van het hummeltje mogen genieten, moest toen voor de derde maal emotioneel van vrouw, kind en familie afscheid nemen en vertrok naar Nieuw-Guinea.Per KLM vlogen wij via de Poolroute, Alaska, Tokio en Manilla naar Biak. Op Biak werd ik tewerkgesteld bij het 322 Squadron, die met de Hawker Hunter straaljager vloog.Eind 1962, toen Nederlands Nieuw-Guinea aan de Verenigde Naties was overgedragen, keerde ik terug naar Nederland en werd definitief op de vliegbasis Ypenburg geplaatst.

 

WERKEN OP YPENBURG
Ik werd tewerkgesteld bij het Technisch Squadron als vliegtuigmotormonteur voor diverse types vliegtuigen. In deze functie had ik ook neventaken, onder ander het technisch afhandelen van bezoekende vliegtuigen, de crashwacht voor noodgevallen en de diverse militaire taken die je daarbij ook nog eens moest vervullen. Ik heb op Ypenburg twintig geweldige dienstjaren gehad en woon nu op de Buitenplaats Ypenburg, waar ik af en toe de geur van kerosine mis… .
Ik denk nog wel eens terug aan die adjudant in 1962. Voor mij was hij de juiste man op de juiste plaats!


Arend Kraag


Reacties: 1-2
Door Gast: John vermaat @ 2014-06-09 11:49:59
Adjudant
Volgens mij was deze adjudant Verschragen.
Dit was inderdaad de juiste man op de juiste plaats,wist heel goed hoe hij met opgeschoten jongens om moest gaan.

John Vermaat
Door Gast: Wim Verschragen @ 2014-12-27 12:27:57
deze adjudant
Beste Arend, deze adjudant was mijn vader, hij heeft zijn laatste jaren op Ypenburg gewerkt, ook heeft hij op Biak gezeten, het was een op en top militair en geweldige vader, helaas is hij in 1992, 4 dagen voor zijn 67j leeftijd plotseling overleden.

MvG

Kap/klu/bd

W.L.Verschragen
Reacties: 1-2
Uw reactie
Naam (Log in): 
E-mailadres: 
Onderwerp: 
Bericht: