Uw zoekopdracht Uw zoekopdracht
PDF PDF Print

Vliegveld Ypenburg, een herinnering, een monument

Overdenking vooraf:

 ‘Het verleden leidt tot vernieuwing. Als je het verleden niet kent, Waar ben je dan mee bezig?’ 
(Benno Premsela, 1997)

Het is goed om, denkend aan de jaren vanaf 1940, even die sfeer van toen op te roepen.Om de jaren vanaf 1950 beter te kunnen begrijpen en te kunnen plaatsen.Om in deze tijd, 2010, wellicht iets meer respect voor dat ‘vroeger’ op te kunnen brengen.

 

CRISISJAREN
Het was zo rond 1938 dat we met school- en klasgenoten in de zomerdagen vaak naar Ypenburgliepen om voor het hek naar al die opstijgende en dalende vliegtuigen te kijken. Het vliegveld was twee jaar eerder, in augustus 1936, geopend. ‘Luchthaven Ypenburg’ heette het toen officieel en dat hield veel in. Er waren heel wat bedrijven gehuisvest: Aero-Holand N.V., Avio-Diepen N.V. , Bureau Luchttourisme, Douane, Esso/Shell benzine en olie, Frits Diepen Vliegtuigen N.V., Nationale Luchtvaart School, Rijksluchtvaartdienst, Rijksluchtvaartschool, Stichting Hefschroefvliegtuigen en het Zweefvliegcentrum Ypenburg. Bovendien was er plaats voor de stalling van zeventig vliegtuigen.De weg naar vliegveld Ypenburg was toen veel smaller. Het was een klinkerstraatweg met een fietspad, een sloot en hoge bomen, de Rotterdamsestraatweg. Op de terrassen van een “Prima Café-Restaurant” met speeltuin kon je van alle activiteiten genieten. Dat kostte wel geld en ja…dat hadden we niet! We zaten midden in de crisis die in de jaren twintig was begonnen en die er wel heel anders uitzag dan de huidige crisis. 

Na een periode van steeds verdergaande industrialisatie en ontmenselijking van de arbeid ontstond er, mede door de ideeën van de *econoom Keynes een herverdeling van de inkomsten en na enige tijd ook koopkrachtverbetering. Maar voorlopig was het nog kommer en kwel: werkloosheid, armoede. ‘Steuntrekkers’, zo werden de werklozen toen genoemd. Ze moesten om hun uitkering te kunnen ophalen regelmatig de hun uitgereikte kaart laten stempelen, bijvoorbeeld in het stempellokaal op het Westeinde in Den Haag. Hier zag je lange rijen mensen, vanaf redelijk geklede tot haveloze en soms in lompen geklede mannen met grote petten op. Een beeld dat me nog steeds helder voor de geest staat. 
Een ijsje kopen, een uitje naar strand of bos was er niet bij voor gezinnen die in de twintiger jaren van een zeer geringe geldelijke steun moesten zien rond te komen! Zo ontstond later de idee van de Haagsche Bleekneusjes voor kinderen die nodig eens naar buiten moesten: zij mochten naar een vakantieoord, ook wel Kolonie voor  de misdeelde jeugd genoemd. Er werd goed op de kinderen gelet en  ik was er een van!


TWEEDE WERELDOORLOG
Toen Hitler-Duitsland ondanks alle beloften toch ons land binnenviel, met vele bombardementen, onder andere van het centrum van Rotterdam, konden wij vanuit ons huis veel volgen. Terwijl landverraders, ofwel NSB-ers onze soldaten van de daken af beschoten, zo’n 300 meter van ons huis vandaan, werd er met luidsprekers omgeroepen om toch vooral bij de ramen weg te blijven om het geweervuur te ontwijken als het er erg heet aan toeging. Door deze laffe acties zijn de geluiden van de strijd om Ypenburg niet helemaal tot ons doorgedrongen. Er werd wel hevig gevochten daar en dat kostte een kleine honderd van onze soldaten het leven. Ook aan Duitse kant vielen vele doden. De meeste parachutisten hadden geen schijn van kans. De Junkers die trachtten te landen, werden doorzeefd met kogels. Inclusief Ockenburgh en Valkenburg kwamen zo’n 400 Duitse para's bij deze actie om. Bovendien werden er 1295 gevangengenomen. Van de hele voorraad aan Junkers Ju-52, zo’n 430 stuks, werden er bij deze actie meer dan driehonderd vernietigd, inclusief de inzittende commandanten en instructeurs, de kern van de Duitse luchtmacht. Het heet dat dit het hele verdere verloop van de oorlog Duitsland parten heeft gespeeld. Voor de Engelsen was het een opluchting. Voor een grootscheepse parachutistenaanval op hun land hoefden ze niet te vrezen. Vanaf ons huis zagen we een enorme grote Junker brandend naar beneden duiken, terwijl er een parachutist uitsprong. Hij werd echter door zijn eigen vliegtuig ingehaald en verdween erin of erachter. De Nederlanders heroverden Ypenburg, Villa Dorrepaal en een boerderij. Door de professionele inzet van Georg J.L. Maduro, res. 2e Lt. der Cavalerie, ridder Mil. Willemsorde 4e klas met zijn mannen was dat mogelijk. 

 

Nadat Nederland zich had moeten overgeven (men dreigde om ook Den Haag, Amsterdam en Utrecht te bombarderen als Nederland zich niet overgaf) konden we overal op het vliegveld rondlopen. Er lag van alles: kisten met ammunitie, veldflessen, stukgeschoten Junkers verspreid over de wegen en in de weilanden. Die veldflessen moesten we maar niet meenemen, zei men, want daar kon weleens vergif in zitten...Een andere oorlogsherinnering die me dezer dagen weer heel helder voor de geest komt is deze: in 1944 ontkwam ik maar net aan het vuurpeloton. De ondergrondse, waar ook mijn vader bijzat, had zonder dat we het wisten iets onbezonnens gedaan. Menende een transport bonkaarten te onderscheppen, vielen ze een auto aan met - ik meen - Generaal Rauter erin. De bonkaarten waren voor ondergedoken mensen bedoeld. Als vergelding reden zo'n drie à vier Duitse legertrucks het Stationsplein bij Den Haag Hollands Spoor op en hielden willekeurig mensen aan. Later op de dag werden ze op de Parallelweg geëxecuteerd. Er is een gedenkteken vlak naast het station. Op dat moment liep ik dicht langs de muur van het station zo rustig mogelijk maar toch wel snel naar de andere kant van het plein. Uiteraard wist ik toen niets van wat er zou gaan gebeuren. Ik voelde echter een enorme spanning en durfde niet eens om te kijken.Er heeft jaren geleden een oproep in de krant gestaan waarin mensen die erbij zijn geweest naar hun herinneringen werd gevraagd. Ik heb er uit angst niet op durven reageren. Die angst is er nog steeds, maar dit project biedt me een kans om het verhaal alsnog op te schrijven.In april 1945, kort voor de capitulatie van Duitsland en het einde van de oorlog, werd vliegveld Ypenburg gebruikt voor voedseldroppings voor de uitgehongerde bevolking. Het enige wat we nog konden kopen was een soort schuim van suikerbietensap dat we ‘klopop’ noemden. Meer lucht dan wat anders, maar er stonden wel steeds lange rijen mensen voor de deur van die slimme banketbakker. Er was wel brood, maar dat kleine stukje baksel,

 

Kranteknipsel Jan P. Oschatz

een minibroodje voor fl. 100,00 gemaakt van een mengsel van meel en zaagsel, dat vertrouwden we niet zo. Trouwens, het geld was ook bijna geen echt betaal- en ruilmiddel meer. Het Zweedse wittebrood dat we plotseling kregen, kwam voor ons als een soort manna uit de lucht vallen en het smaakte als cake van voor de oorlog. Ook de grote blikken biscuit, een soort noodrantsoenen voor de Amerikanen, waren erg welkom. Er waren echter ook veel mensen die dit niet meer meemaakten. Mensen met hongeroedeem en erger...

 

DE NAOORLOGSE PERIODE

Na mijn militaire dienstplicht waar ik in de periode van 1948 - 1950 kaderscholen en de tropenopleiding volgde, maakte ik helaas de vergissing om snel te willen gaan werken, dan maar bij de Postcheque & Girodienst. Daar was ik niet op mijn plek. Avio-Diepen N.V. werd mijn redding. Vanaf  5 januari 1955 tot en met 30 september 1970 heb ik er gewerkt.Na mijn ‘invliegperiode’ in een administratieve functie werd ik hoofdkassier en moest ik lonen, salarissen, vreemde valuta en de kantine verzorgen. De lonen en salarissen werden in zakjes verpakt, met centen, stuivers en dubbeltjes, kwartjes, guldens en wat papiergeld en het loon- of salarisstrookje erbij. Je kreeg het per week of per maand. Toen dat allemaal per vier weken via de bankrekening of girorekening ging lopen, was dat even wennen. Het personeel was gewend een keer per week geld te ontvangen dat dan uitgegeven mocht worden.Dan waren er de ‘working parties’, afdelingen die beschadigingen en reparaties moesten uitvoeren aan gestrande Friendships in Europa en daarbuiten. Naast vreemde valuta had je dan informatie nodig, als je bijvoorbeeld naar Libië, Congo, Ghana of India moest. Daarvoor kwam ik bij het ISS terecht, het Institute for Social Studies, toen gehuisvest in het Paleis Noordeinde te Den Haag, een gul gebaar van (ik meen) koningin Wilhelmina. Er studeerden mensen uit ontwikkelingslanden, waarvan veel uit Azië en Afrika. Ze vonden het altijd geweldig om informatie over hun land te geven. Zo heb ik de enige ooit uitgegeven ‘Sudan Almanac’ van een student gekregen, het ‘Official Hand Book 1965-1966 of the Republic of the Sudan, Khartoum’, met zijn handtekening op de eerste bladzijde. Er zou voorlopig geen tweede komen…Ik werd toen ook ‘Guestparent’, steeds voor twee studenten. Als gastouder kon je van alles met de studenten uitwisselen. Met enige van hen e-mail ik nog steeds en zo heb ik er zonen en dochters bij gekregen. Ik vind het nog steeds prachtig dat als ik een mailtje verstuur naar New Sealand, aan de andere kant van de aardbol, het daar op hetzelfde moment aankomt. Ik ga zelfs mailen met de kinderen van een Vietnamese student die ik inmiddels zo'n zes jaar ken.

 

EEN ‘DORP’ IN DE POLDER


Avio-Diepen was eigenlijk een dorp of stadje in de polder. Met Frits Diepen en zijn Maserati sportwagen en nu en dan prins Bernhard als graag geziene gast over de vloer.Er was een bloeiende personeelsvereniging met een schaakclub, fitnessclub inclusief een echte atletiekleraar, een Sint-Nicolaasclub voor de meer dan 120 kinderen van het personeel, een inkoopclub en…. . 
Je kon ’s middags, in het restaurant, van alles krijgen om te lunchen.In de middagpauze schaakten we vaak met de piloten van Philippines Airways.Na het onderhoud van de Amerikaanse Dakota-vliegtuigen, de vliegende verhuiskisten uit de Tweede Wereldoorlog, kwamen de F.84’s, die ’s nachts in delen over de weg van de havens in Rotterdam naar Ypenburg werden vervoerd om te worden geassembleerd. Zo arriveerden daar de Fokker Friendships en de Fellowships, waar wij de kunststof onderdelen voor maakten.De ILSY, de Internationale Luchtvaart Show Ypenburg werd jaarlijks georganiseerd, tot het te riskant werd. Mensen stonden overal langs de Vliet en klommen ervoor in de bomen om een beter uitzicht te hebben. Veel later werd er gebouwd aan zeewaardige jachten van polyester, kunsthars en glasvezeldoek en panelen voor de huizenbouw, maar dat is op een fiasco uitgelopen.

 

 

ANNEXATIE
En toen...was daar plotseling ‘Den Haag’. Mooi plekkie daar, dat Ypenburg... . Wat de moffen in 1940 niet was gelukt, dat kreeg Den Haag wel voor elkaar. Met een enkele simpele pennenstreek werd dat deel van Rijswijk geannexeerd.Het enige wat nu nog rest, zijn de vanaf 2000 gehouden 10 mei-herdenkingen voor de gevallen Nederlandse soldaten die zo moedig standhielden op Ypenburg. Hiervoor nam ik regelmatig Afrikaanse en Aziatische ISS-studenten mee om ze te laten zien hoe wij hiermee omgaan, hoe wij gedenken. Met een oude Luitenant Kolonel naast me, waren we getuigen van: drie vliegtuigen die overvliegend ‘the lost man’ deden, schoolkinderen die de kransen aangaven... en dit tegenover het machtsvertoon van bijvoorbeeld China met rotten van 100 soldaten in eindeloze rijen, tanks en dito vliegtuigen in de lucht.Het gedenkmonument met de verkeerstoren en bijbehorende gebouwen is het laatste wat nog rest van wat eens Vliegveld Ypenburg was, met Avio-Diepen en met nog zo veel meer.
Er is een kleine kans dat wat nog over is ooit als monument een opknapbeurt zal krijgen.Samen met Bart Mastenbroek, voormalig hoofd administratie en Jan Mewissen van de afdeling radio en electro, gedenken wij heel veel. 


Jan P. Oschatz (‘Het OOG is als een OOR’)

*John Maynard Keynes, 1883-1946, ‘The General Theory of Employment, Interest and Money’ - hij is nog steeds, of weer, actueel (zie bijvoorbeeld NRC 8-11-2008)
Verder lezen over de twintigste eeuw: Geert Mak, De eeuw van mijn vader. Aanbevolen!

Reacties: Geen berichten
Uw reactie
Naam (Log in): 
E-mailadres: 
Onderwerp: 
Bericht: