Uw zoekopdracht Uw zoekopdracht
PDF PDF Print

Wonen: mijn leven, mijn werk

Het is moeilijk te achterhalen wanneer je je voor het eerst bewust wordt van een ongelijke behandeling van mannen en vrouwen. Wanneer sloeg de verontwaardiging toe en groeide die uit tot strijdvaardigheid? Vooral ervaringen van anderen en voorvallen uit mijn omgeving, eerder dan eigen ervaring, maakten mij op den duur alert.

STUDIE
Na mijn eindexamen HBS-B in 1948, waar wij als twee meisjes met vierentwintig jongens in de klas een goed leven hadden, ging ik naar de Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag. Daar volgde ik de opleiding Binnenhuiskunst. De opleiding duurt vijf jaar en in die tijd leerde ik mijn huidige echtgenoot kennen. Hij stond erop dat ik mijn opleiding af zou maken en ik piekerde er trouwens ook niet over om die op te geven.
Ik liep verschillende stages, o.a. op de tekenkamer van een meubelfabriek en als assistent bij het opbouwen van stands voor de Jaarbeurs. Ook werkte ik mee aan de inrichting en het opzetten van een meubelzaak met ontwerpafdeling in een nieuwbouwwijk van Rotterdam.
Meestal was ik de enige of een van de weinige vrouwen op het werk. Dat heeft mij nooit gehinderd. Het heeft mij hoogstens verbaasd hoe mannen in zo'n mannenwereld met elkaar omgaan. Als ik terugkijk op die tijd, was er veel humor en werd er veel gelachen.


WERK
Na de geboorte van onze drie kinderen, waarvan een tweeling, ben ik veel thuis geweest. Ik kon eventueel thuis werken en we namen met wisselend succes kinderhulpen in huis. Dat waren jonge meisjes, dus met zo'n interne hulp kreeg je er een hele verantwoordelijkheid bij. Toen de kinderen eenmaal naar school gingen, kregen we met onmogelijke schooltijden te maken en overblijven was uit den boze. Met het schoolbestuur hebben we uiteindelijk een tropenrooster geregeld. 
Mijn werk als interieurarchitect bracht mij in heel veel verschillende situaties die te maken hebben met bouwen en wonen. In een vrij beroep (op een ontwerpbureau) kwam ik als vrouw weliswaar dezelfde problemen tegen met opdrachtgevers en uitvoerders die mijn mannelijke collega's ook ondervonden, maar misschien verschilde soms de aanpak. Bij de indeling en het ontwerp van een woning kom je dicht bij de mensen, bij hoe ze leven en wonen. In het leven van de vrouw is nou eenmaal niet uitsluitend de keuken het uitgangspunt; de plaats van de vrouw in de woning is belangrijk. Daar viel veel over te zeggen en te bepleiten.
Tweemaal is mij een opdracht door de vingers geglipt, duidelijk in verband met mijn vrouw- en vooral gehuwde vrouw-zijn. Dat was zo rond 1968. De eerste keer werd ik, waarschijnlijk door een onduidelijke zakelijke voorbereiding bij het afleveren van het werk als dank voor bewezen diensten verrast met een fruitmand. Ik was immers gehuwd!
De tweede maal was ik beter voorbereid. Men wilde een aantal van mijn
meubelontwerpen uitvoeren voor de handel, maar vond het niet nodig mij een
aandeel in de winst te gunnen, want men ging ervan uit dat mijn echtgenoot een goed salaris had. De zaak ging dus niet door, want dan word je wel heel strijdlustig.
Voor het overige heb ik vooral bij de uitvoering van werk, met meestal mannen, veel loyaliteit en goede samenwerking ondervonden. De problemen zijn mijns inziens vaak meer maatschappelijk dan persoonlijk.

     
 Ontwerpen uit de jaren '50
 


VROUWEN ADVIES COMMISSIE
Toen ik regelmatig lezingen ging houden voor vrouwenorganisaties, kwam ik er achter dat vrouwen weinig in te brengen hadden in het proces van bouwen en wonen. Hun mening als deskundigen, bijvoorbeeld in de huishouding, kwam niet ter sprake.
Zo kwam ik via de Rooie Vrouwen terecht bij de VAC, Vrouwen Advies Commissie
voor de woningbouw. Daar werd duidelijk hoe aan de ene kant vrouwen werden genegeerd en aan de andere kant vrouwen dat ook lieten gebeuren. Alsof het bouwproces iets is wat op zichzelf staat, los van bewoners en gebruikers.
Tijdens de cursussen die werden gegeven binnen de VAC heb ik steeds benadrukt dat bouwen en wonen economisch, maatschappelijk en dus ook politiek bepaald is. Vooral met het laatste wilden de meeste vrouwen zich niet inlaten. Het kostte dus de nodige moeite om vrouwen verder te laten kijken dan hun keuken groot was en zich als deskundigen te laten gelden. Helaas was de acceptatie van die deskundigheid ook vaak ontmoedigend. Voortdurende controle was nodig of de adviezen voor een bouwproject ook waren uitgevoerd.

DENKEN OVER WONEN
Mijn werk had zich inmiddels uitgebreid. Met collega's van de Beroepsvereniging Nederlandse Interieurarchitecten BNI, waarvan ik van 1979 tot 1983 voorzitter was, hebben we ons sterk gemaakt voor een uitgebreid voorlichtingsprogramma bouwen en wonen. Ik nam deel aan een aantal werkgroepen en commissies zoals de Streekcommissie PRRO (Provinciale Raad Ruimtelijke Ordening). Bovendien was ik betrokken bij renovatieprojecten zoals wijk- en dienstencentra die in samenwerking met bewonersgroepen werden gerealiseerd.
Om niet alleen vrouwen, maar ook mannen uit hun tent te lokken organiseerde een werkgroep 'nieuwe woonvormen' binnen de VAC themadagen, zoals in 1977 een themadag in het Provinciehuis in Den Haag. Daarvoor waren diverse groeperingen uitgenodigd, zoals gemeenteraadsleden, streekcommissies, vrouwenorganisaties, woningbouwverenigingen, wijkraden en diverse jongerenverenigingen. Diverse belangrijke zaken kwamen aan de orde, zoals: 'Ontstaat de vraag naar nieuwe woonvormen uit onvrede of uit woningnood?' en 'Kan een bouwvorm roldoorbrekend zijn of stimulerend werken voor vrouwen, studenten, ouderen, integratie van diverse groepen?'
In 1987 organiseerde de Haagse Vrouwenraad drie avonden en een excursie over wonen, woonvormen en woonomgeving. Daar is heel veel over te zeggen, belangrijke zaken, waar we nog lang niet over uitgepraat zijn.                  

Voordat ik mij laat verleiden tot een uiteenzetting over het belangrijke en onuitputtelijke onderwerp 'wonen' wil ik mijn verhaal besluiten met dank aan mijn echtgenoot, die altijd zo geïnteresseerd was en zich zelfs tijdens een congres waaraan ik deelnam opgaf voor het 'ladies program'!

Tuci de Loor-Alons  
    

   
 Maquette en tekening Dienstencentrum 1976

Reacties: 1-1
Door Doreluttik @ 2016-11-26 15:01:49
Interview
Geachte mevrouw de Loor-Alons,

Mijn naam is Dore Luttik. Ik ben student geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Voor een vak dat ik volg, is het de bedoeling dat wij een interview houden over een onderwerp betreffende naoorlogs Nederland. Ik heb besloten mij te gaan verdiepen in de situatie van werkende moeders in de jaren '50/'60/'70. Ik ben op zoek naar een interviewkandidaat hiervoor, en vroeg mij af of u hier aan mee zou willen werken?
Ik hoor heel graag van u! Als u interesse heeft, ben ik te bereiken op het volgende e-mailadres: doreluttik@icloud.com

Hartelijke groet,

Dore Luttik
Reacties: 1-1
Uw reactie
Naam (Log in): 
E-mailadres: 
Onderwerp: 
Bericht: