Uw zoekopdracht Uw zoekopdracht
PDF PDF Print

Historische inleiding

HET ONBEHAGEN BIJ DE VROUW

Onder deze titel verscheen in 1967 een artikel van Joke Kool-Smit in het literaire tijdschrift De Gids. Algemeen wordt dit artikel gezien als het begin van de tweede feministische golf in Nederland. Joke Kool-Smit beschreef hierin de frustratie van getrouwde vrouwen die méér wilden dan een bestaan als moeder en huisvrouw.
De inhoud van dit artikel riep herkenning op bij veel vrouwen. Vrouwen voelden het onbehagen op veel terreinen: ze werden op een andere manier behandeld dan mannen, bijvoorbeeld op het gebied van opleiding, salaris, eigendom, recht op werk en inkomen.
Tot in de jaren '50 was de gehuwde vrouw niet handelingsbekwaam, ze had geen tekenbevoegdheid. Vrouwen mochten wel meer en meer opleidingen volgen en een betaalde baan hebben, maar de bezigheden buitenshuis mochten niet ten koste gaan van hun belangrijkste bestemming: die van echtgenote en moeder. Tot in de jaren '60 mochten vrouwen daarom vaak hun baan niet behouden als zij in het huwelijk traden, bijvoorbeeld als zij in overheidsdienst werkten.
Vrouwen hadden nog steeds geen volledige zeggenschap over hun lichaam en vruchtbaarheid. De pil kwam in 1962 op de markt, maar pas in 1971 in het ziekenfondspakket, een enorme doorbraak; abortus was tot 1981 nog illegaal; geweld binnen het huwelijk was 'algemeen geaccepteerd' en nog niet strafbaar.

Geen wonder dat juist vanaf de jaren '60 en '70, een periode waarin de samenleving op veel fronten snel veranderde, vrouwen zeiden: tot hiertoe! Ze waren enorm gedreven om een verbetering van hun positie en rechten op te eisen. Dat gebeurde op zeer diverse manieren, binnen en buiten de gevestigde orde, individueel en in groepsverband, landelijk en ook in Den Haag.

IN DE VOETSPOREN VAN DE EERSTE FEMINISTES

Er hadden al eerder in de geschiedenis belangrijke acties plaatsgevonden ten behoeve van de emancipatie van vrouwen. Aan het eind van de 19e eeuw streden de eerste feministes voor het vrouwenkiesrecht en toegang tot de universiteiten. In 1922 konden vrouwen voor het eerst stemmen bij Tweede Kamerverkiezingen, nadat in 1918 de eerste vrouw in de Tweede Kamer was gekozen (vrouwen mochten toen nog niet stemmen, maar wel gekozen worden!). Belangrijke vrouwen uit die tijd zijn Wilhelmina Drucker, de belangrijkste voorvechtster van het vrouwenkiesrecht, en Aletta Jacobs, de eerste vrouw in Nederland die geneeskunde studeerde.
Een tijd ook waarin een roman als Hilda van Suylenburg van de Haagse schrijfster Cécile Goekoop-de Jong van Beek en Donk kon verschijnen, een feministische roman die zich afspeelt in het negentiende-eeuwse Den Haag; en in 1894 het Damesleesmuseum aan het Haagse Noordeinde opgericht werd, een bibliotheek voor dames van goede komaf.
Niet voor niets werd een belangrijke beweging die in de tweede feministische golf ontstond Dolle Mina genoemd, de bijnaam van Wilhelmina Drucker.

TYPISCH HAAGS
Aan Den Haag is de tweede feministische golf zeker niet ongemerkt voorbij gegaan. Dat blijkt wel uit de verhalen in dit boek. Ze geven met elkaar een zeer gevarieerd beeld van wat er in de jaren '60 en '70, uitlopend tot in de jaren '80, in Den Haag gebeurde. Een beeld dat aansluit bij wat zich landelijk afspeelde. 'Het ging om een veelheid van initiatieven, geïnspireerd door elkaar, reagerend op elkaar, werkzaam zonder of met elkaar. Een periode waarin alles bruiste en stroomde, een golf' (uit: De vrouw beslist).

Toch nam Den Haag ook een speciale positie in. Als regeringsstad was het Binnenhof vaak de plaats waar landelijke acties plaatsvonden. Ook Haagse vrouwen deden daaraan mee, of namen het voortouw. Daarnaast waren er uiteraard de acties die gericht waren op lokale aangelegenheden.
In Den Haag waren de meeste ministeries gehuisvest. De overheid, zowel landelijk, provinciaal als lokaal, was een belangrijke werkgever voor vrouwen met een hogere opleiding. Heel wat vrouwen hebben in die periode hun nek uitgestoken om binnen (en buiten) de reguliere structuren veranderingen in beleid, wetgeving en denkwijze teweeg te brengen. Politiek actieve vrouwen bezonnen zich op hun plek in de partij.
Ook traditionele vrouwengroepen in de stad konden niet om de discussies heen; de populaire damesbladen Margriet en Libelle brachten de veranderingen in beeld. De Libelle publiceerde in 1969 'De grote encyclopedie voor de vrouw, Libelle weet 't'. In het voorwoord stelt men dat zo'n uitgave twijfels zal oproepen, 'omdat de vrouw nu de traditionele beperkingen schijnt te doorbreken. De interesse van de vrouw beslaat het gehele bestaan.'
Kortom, de veranderende denkbeelden over de positie van vrouwen sijpelde door in alle geledingen van de Haagse samenleving, van de keukentafel tot het pluche van het stadsbestuur.

Een totaalplaatje voor Den Haag valt niet te geven in deze korte inleiding. Bovendien is er (nog) veel niet gedocumenteerd. Toch zijn enkele feiten en ontwikkelingen op emancipatiegebied van vrouwen wel te schetsen, mede dankzij de verhalen.

In 1968 werd ManVrouwMaatschappij opgericht door Joke Kool-Smit en Hedy d'Ancona, waarin ook Haagse vrouwen en mannen actief werden."De oprichters hadden voor MVM een prachtige tweeledige structuur bedacht. Iedereen werd ingedeeld naar de regio waar zij of hij woonde. En wie zich voor een bepaald onderwerp interesseerde, kon zich opgeven voor een werkgroep."
MVM had tot de opheffing in 1988 altijd veel aandacht voor opvoeding, onderwijs, scholing, arbeid, belastingen en seksuele voorlichting. Door gebruik te maken van de kennis, de ervaring, de netwerken en invloedrijke posities van de leden heeft MVM een stevige bijdrage geleverd aan het op gang brengen van veranderingen.

In Den Haag waren Dolle Mina's actief vanaf begin jaren '70. Voor hen was actie het sleutelwoord, liefst zo ludiek mogelijk om de media-aandacht op zich te vestigen. De afdeling Den Haag had op het landelijke congres in 1973 het 'Werkende Wijven Plan' ingediend, dat werd aangenomen: een jaar lang (van 1 mei 1973 tot 1 mei 1974) gerichte aandacht voor 'gelijk loon voor gelijke arbeid -volwaardig parttime werk - gelijke kansen in opleiding en beroep - geen discriminerende belastingmaatregelen - gratis kresjes - gemeenschappelijke woonvoorzieningen.' Deze succesvolle actie resulteerde in augustus 1973 in de oprichting van de Stichting Ombudsvrouw.
Behalve betrokkenheid bij landelijke acties zoals voor legalisering van abortus, waren er ook specifiek Haagse acties zoals de verstoring van de Missverkiezingen in Scheveningen en de bezetting van Herensociëteit de Witte aan het Plein in 1970 onder het motto 'Zonder lid geen lid'. "Voor mij was deze actie het startschot voor jarenlang actievoeren en organiseren in een ongelooflijke dynamiek." Het duurde overigens tot 1998 tot deze sociëteit volledig geëmancipeerd was.
Het jaar 1975 was door de Verenigde Naties uitgeroepen tot Internationaal Jaar van de Vrouw. Voor Dolle Mina's aanleiding om actie te voeren onder het motto 'Geen jáár, maar een léven voor de vrouw'.

In 1978 werd het Haags Vrouwenhuis opgericht aan de Anna Paulowna straat. Een pand dat onderdak bood aan diverse initiatieven als Wij vrouwen eisen, VOS-cursussen, VIDO- en FORT-groepen, vrouwenpraatgroepen, het Haags Vrouwenhuiskoor, het Vrouwencafé, vrouwenhulpverlening Hartenvrouw, lesbische vrouwen en het Vrouwenboekwinkel-collectief. "Het ging er vaak zeer heftig aan toe, zeker als het ging om standpunten over feminisme, mannen, acties, demonstraties." Na een jaar of vijf is dit vrouwenhuis opgeheven. Het Boekencollectief werd zelfstandig en opende in 1984 vrouwenboekwinkel Trix aan de Prinsestraat.

In 1978 demonstreerden op diverse plaatsen in Nederland vrouwen op straat om te laten weten dat zij niet langer voor gewillige seksobjecten wensten te worden aangezien als zij 's nachts over straat gingen. In Den Haag liepen ruim 100 vrouwen door het Noordeinde met spandoeken waarop onder meer stond: 'Verkrachting is vrouwenverachting'. Er zouden nog meer 'Heksennachten' volgen.

In de verhalen passeren nog meer organisaties waarin Haagse vrouwen in die tijd (en ook later nog) actief waren: Vrouwen voor Vrede, Women's Internationale League for Peace and Freedom, Vrouwen Advies Commissie voor de woningbouw en de Vrouwen Vereniging met Academische Opleiding. Veel andere vrouwenorganisaties waren eind jaren '70 actief binnen de Haagse Vrouwen Raad.
Verder kwamen vanaf medio jaren '70 de eerste Haagse allochtone vrouwenorganisaties in beeld, zoals AFIMO, een Creools-Surinaamse vrouwenvereniging.

In de lokale politiek gingen vrouwen steeds vaker een prominente plaats innemen. Er waren vrouwenafdelingen binnen de politieke partijen, zoals de Rooie Vrouwen, Vrouwen in de VVD en de vrouwen in het CDA. Nadat er in 1919 voor het eerst twee vrouwen in de Haagse gemeenteraad kwamen, duurde het tot 1974 voor er eindelijk een vrouw wethouder werd: mevrouw dr. M.W.M. Vos-van Gortel van de VVD. Zij werd wethouder van financiën. Het aantal wethouders werd daartoe met één uitgebreid tot acht. Later kwamen er meer vrouwen in het college, waarvan enkele emancipatie expliciet in de portefeuille kregen, zoals Fré Vooijs-Bosma en Anke van Kampen.
In 1978 was door de gemeenteraad al vastgesteld dat er specifiek beleid zou komen ten aanzien van vrouwen. In 1981 worden de nota en actieplan vrouwenemancipatie vastgesteld. Hierdoor kwamen er nieuwe vrouwenvoorzieningen in de stad, zoals het Vrouwengezondheidscentrum, in 1984 het nieuwe vrouwenhuis aan de Prins Hendrikstraat, het Blijf-van-mijn-lijfhuis en Yasmin.

In de werksfeer roerden vrouwen zich ook, zo blijkt uit de verhalen: om een volwaardige positie te verwerven in de journalistiek, in die tijd een mannenbolwerk; om als moeder parttime te mogen werken op een ministerie; om als zelfstandig werkende architect een normale vergoeding te krijgen voor geleverd werk, en geen genoegen meer te nemen met een fruitmand. Een leerkracht zette zich in om te zorgen dat er een 'tropenrooster' kwam op school, wat aansloot bij de wens van de ouders, omdat steeds meer moeders buitenshuis gingen werken. Een vrouw kon als ambtelijk lid van de Emancipatie Kommissie een bijdrage leveren om adviezen te helpen omzetten in wetgeving en beleid ten gunste van vrouwen.

In de privé-sfeer voltrokken zich veranderingen, die voor de buitenwereld niet altijd direct zichtbaar waren. "Ik wilde weg uit alleen maar die huishoudelijke sfeer." Vrouwen wilden zich meer kunnen ontplooien, ze wilden niet langer beknot worden door heersende normen en waarden. Ze eisten ruimte op voor zichzelf, met of zonder steun van een partner.
"Voor mij ligt het begin van emancipatie in een ervaring tijdens een van de vele sensitivity-zittingen. Daar merkte ik dat ik mijzelf eerst zag mét mijn gezin in het centrum… , terwijl ik later, zèlf alleen in het centrum was, met rondom mij mijn gezin, werk, familie, hobby's etc. Mij gaf dat meer ruimte om te werken aan mijn eigen persoonlijke ontwikkeling."
Door echtscheidingen en alle praktische problemen die daarmee gepaard gingen, werden vrouwen zich pas goed bewust van zaken als ongelijke beloning, slechte pensioenregelingen, alimentatieproblemen, co-ouderschap; ze ondervonden de achterstand aan den lijve. Boosheid over persoonlijk onrecht werd een drijfveer om in actie te komen, om bijvoorbeeld een negentienjarige strijd te voeren om het onrecht aan te kaarten rond de pensioenvoorzieningen voor vrouwen gescheiden vóór 1981.

TOT HIERTOE… EN VERDER?
Hoe zou onze samenleving er nu uitgezien hebben zònder al die vrouwen die in de jaren  '60 en '70, en ook nog lang daarna, actief waren in Man Vrouw Maatschappij, Dolle Mina, vrouwenhuizen? Zònder de acties voor vrije abortus, tegen verkrachting, voor recht op pensioen, peuterspeelzalen? Zònder al die vrouwen die zich in de politiek, commissies en organisaties hebben hardgemaakt om de positie van vrouwen in beleid en wetgeving verbeterd te krijgen?

Er is ongetwijfeld heel wat veranderd en verbeterd in het voordeel van vrouwen. Dat ging niet zonder slag of stoot. Opkomen voor jezelf en andere vrouwen had leuke en inspirerende kanten, maar soms ook pijnlijke consequenties in de persoonlijke sfeer. Het vroeg meestal veel geduld en uithoudingsvermogen voor een gesteld doel bereikt werd. "Wij, oudere vrouwen, hebben de weg geëffend voor onze kinderen en kleinkinderen. Tel uit je winst! Alle moeite is niet voor niets geweest."

Veel bewegingen en organisaties uit de jaren '60 en '70 zijn verdwenen of opgegaan in nieuwe organisaties. Maar er werden ook weer nieuwe initiatieven geboren. De Haagse samenleving is veranderd, veelkleuriger geworden waar het gaat om de culturele samenstelling van de bevolking. Niet verwonderlijk dus dat veel nieuwe initiatieven in de jaren '80 en '90 van en voor allochtone vrouwen zijn.

Kunnen vrouwen anno 2009 op hun lauweren rusten?
De Haagse vrouwen die aan dit boek hebben meegewerkt vinden van niet.
"Emancipatie is niet voltooid, maar we blijven vooruitgaan."
"Het wordt weer tijd, het lijkt wel of we dezer dagen achteruit gaan in plaats van vooruit!"
Zij geven een boodschap mee aan de volgende generaties: wees alert, zorg dat de verworvenheden behouden blijven en zet je in om alle misstanden die er nog zijn te bestrijden.

"Er is nog steeds wat te doen en dat zal zeker zo blijven, omdat er in alle generaties vrouwen zijn die om zich heen kijken en denken: daar moeten we maar eens iets aan doen."

"Als je dreigt vast te lopen in routine, huwelijk, werk, vermoeidheid van onbekende oorsprong, sta dan stil, ongeacht je leeftijd, en vraag je af wat je in het leven nog echt graag wilt doen of veranderen voor je oud bent of doodgaat."

"Waarom krijgt de moeder zo weinig steun van de Staat en wordt ze nog altijd in veel landen voor haar levensonderhoud en dat van haar kinderen terugverwezen naar de man?"

"Tegen mijn kleindochters zou ik willen zeggen: leef je eigen leven. Wees zelfstandig, zorg voor je eigen inkomen!"

"Nu ik tachtig jaar ben, vraag ik mij af: Is Nederland nu 'het land waar vrouwen willen wonen' zoals Joke Smit het beschreef in haar gedicht 'Er is een land waar vrouwen willen wonen'?"

Coos Wentholt en Thea Schellekens



Geraadpleegde bronnen:
-    Vilan van de Loo: De vrouw beslist. De tweede feministische golf in Nederland. Wormer, Inmerc. 2005.
-    Inge Camfferman, Coos Wentholt, Mieke Schlaman:Vrouwen, opdat ge haar overal zoudt zien. Gemeente Den Haag. 1994.