Uw zoekopdracht Uw zoekopdracht
PDF PDF Print

Blote voeten



Ik won altijd van de jongens uit mijn klas. Met hardlopen. Altijd op blote voeten. Er was maar één jongen die vlugger was. Een Indo, net zo klein als ik, maar van hem won ik nooit. Vond ik niet erg. In Tomohon, gehucht bij Menado, Noord-Celebes, woonden we in een huis met achter een enorm grasveld. Daar stond ook de grote regenwatertank en daar hielden we hardloopwedstrijden. Door de jaloerse blanda-jongens werd ik mild gepest: duwen, schooltas verstoppen. De Indo-jongens riepen mij na: "kaki bèbèk" (eendenpoot). Ik heb kleine heel brede voeten.

Pas aangekomen in Den Haag met zijn ijskoude vrieswind schepte ik op over mijn hardlopen. Gejoel: "Zal wel, jij bent veel te klein". Ik wilde dus per se nú een wedstrijd houden.
In een parkje in de buurt stonden we klaar. Een, twee, drie. Ik verloor. Ik was even die stijve schoenen met die idioot dikke sokken en die stugge winterjas vergeten. Razend van woede was ik, de tranen sprongen in mijn ogen. Ik schopte de schoenen en de sokken uit, smeet de jas op de grond.
Opnieuw gejoel: "Die is gek, je wordt ziek, het is veel te koud". Koud?!  Ik gloeide van top tot teen, ik sleurde de jongens op een rij en ging ertussen staan. Een, twee, drie! Ik vlóóg, ik lachte hardop, ik won, glorieus.
De jongens dropen af, half bewonderend, half spottend. Ik rende naar huis, schoenen, sokken en jas volkomen vergetend. Ik zag mensen naar mij staren, maar ik had geen idee waarom.

Mijn moeder schrok, wat is er gebeurd? Ze hees mij in de jas en schoenen van mijn broer en samen haalden we mijn spullen op.

Met gymnastiek werd ik vanaf die dag altijd als eerste gekozen.

Hilly Pelle-Tuynman

Reacties: Geen berichten
Uw reactie
Naam (Log in): 
E-mailadres: 
Onderwerp: 
Bericht: