Uw zoekopdracht Uw zoekopdracht
PDF PDF Print

Gevonden voorwerp

Japan had gecapituleerd, maar de geallieerden besloten dat we in het kamp moesten blijven. Voor onze eigen veiligheid, in verband met de roerige situatie buiten: het was het begin van de bersiap-tijd. De Japanners die ons in de oorlog hadden bewaakt om ons van ontsnapping te weerhouden, bewaakten de kampen nog steeds, nu in samenwerking met de geallieerden met het doel ons tegen aanvallen van opstandelingen te beschermen. Af en toe moesten we nog wel een klusje doen, maar nu werd het ons niet meer bevolen maar ingekleed als verzoek, gedaan door een Nederlander.

Een eenmalig corvee dat mij, zestienjarige jongen, ten deel viel, bestond uit het schoonmaken van het kantoortje van een Jap. Van de vijand dus, die nota bene inmiddels verslagen was! Zeker een hoge Piet waar de geallieerden mee samenwerkten. Hoog of niet, verslagen is verslagen, of niet soms!

Met enige inwendige tegenzin begon ik aan het werkje. Ik zag een legerhelm op zijn bureau liggen. Inpikken! De kinband had door het dragen en transpireren een enigszins verfomfaaid en rafelig uiterlijk gekregen. Geeft niet. Verhoogt de historische waarde ervan, bedacht ik. Wie zal zeggen in wat voor een gevechtsacties en benarde situaties de drager ervan had verkeerd. Het vervelende was dat die hatelijke Jappenster er op zat. Maar gelukkig bleek die slechts met een splitpen vast te zitten en was dus snel losgepeuterd. Toen ik klaar was met het corvee wierp ik de ster met een krachtige en triomfantelijke zwaai in de bosjes. Ik besefte niet dat op dat moment de historische waarde van de helm  tot nul was gereduceerd. Op de plaats van de ster zat nu een rechthoekig spleetje.

Jarenlang, ook nog in Holland, bezat ik de helm, totdat hij op zeker moment spoorloos verdwenen was. Waarschijnlijk als gevolg van een verhuizing, bedacht ik me later. Hoe dan ook, luidt het gezegde niet: Gestolen goed gedijt niet?
De moraal van dít verhaal is, dat dit evenzo geldt als het gestolen voorwerp aan een vijand heeft toebehoord. Het gezegde heeft derhalve een universele betekenis. Dat wil men toch niet altijd inzien. De volgende gebeurtenis kan dit nog eens bevestigen.

De situatie buiten het kamp werd steeds grimmiger. Dat kon je van dichtbij ervaren aan die inlandse verkopers van etenswaren, wanneer zij trachten door het prikkeldraad heen hun waar aan ons te slijten. Ze werden nu door fanatieke jonge landgenoten onder vervaarlijk geschreeuw uiteengejaagd.



Op een dag langs het prikkeldraad lopend, zag ik aan de andere kant in het gras een voorwerp liggen. Nieuwsgierig bukte ik mij om het te pakken. Ik kon er net bij. Het was een met de hand gemaakte knuppel, gevormd uit een stuk spiraalkabel van staal. Een gemeen ding, dat lekker kon zwiepen. Aan de onderkant was een soort 'weerhaak' gemaakt, zodat hij een goede greep had en je hem indien nodig aan je riem kon hangen. Ik nam hem als 'souvenir' mee naar mijn tampat (slaapplek annex leefruimte; we sliepen en zaten erop, bewaarden er onze spulletjes). Die knuppel heb ik nu nog steeds. Daaruit moge blijken dat de eerlijke vinder van een gevonden voorwerp over het bezit ervan zich verder geen zorgen hoeft te maken. Bovendien heeft het in dit geval ook nog eens honderd procent van zijn historische waarde behouden: een zelf ontworpen handwapen uit de bersiap-tijd. Wie kan me dat nazeggen!

Rob van Meerten
 

Reacties: Geen berichten
Uw reactie
Naam (Log in): 
E-mailadres: 
Onderwerp: 
Bericht: