Uw zoekopdracht Uw zoekopdracht
PDF PDF Print

Vissen bij Zuid-Ierland



In de 'Korte schets van mijn zeemansloopbaan' heb ik verteld dat mijn vader in de wateren bij Zuid-Ierland is opgepakt tijdens het vissen binnen de territoriale wateren. Een neusoperatie noopte mij toen om een reis aan de wal te blijven, maar op de verjaardag van mijn vader op 19 december waren mijn vrouw en ik toch op verjaarsvisite bij mijn moeder. Zij had via 'Scheveningen Radio' een gesprek met haar man aangevraagd. Toen Scheveningen Radio zich even later meldde met de boodschap dat de VL 121 'Willem' aan de lijn was, feliciteerde zij mijn vader met een stralend gezicht. Wij stonden achter haar te wachten om ook onze felicitaties over te brengen, maar we verstonden niets van wat mijn vader antwoordde door de telefoon. Wij zagen wel het gezicht van mijn moeder helemaal verstrakken en zij fluisterde, terwijl mijn vader nog aan het spreken was, tegen ons: "Hij is gearresteerd en stoomt naar binnen met marinepersoneel met het geweer in aanslag achter hem".
En inderdaad, het was zo. De VL 121 lag diep in een baai even ten oosten van de rivier naar Waterford en was daar aan het vissen, toen er opeens een politievaartuig met volle vaart om de 'Zebra' heen kwam. De 'Zebra' is een zwart-witte toren op het uiterste puntje van de oostelijke rivierwal. De Hollandse vissers hebben hem vanwege zijn kleur die naam gegeven.

Er was geen ontkomen aan. Een aantal uren later lag de VL 121 onder bewaking afgemeerd in Waterford. Twee dagen voor Kerstmis stond mijn vader daar voor de rechter, waar hij schuldig werd bevonden. De reder moest geld storten om de boete te betalen en om het vistuig en de vis die aan boord was terug te kopen. De dag voor Kerstmis ging mijn vader weer naar zee, waar hij onmiddellijk weer de territoriale wateren in ging om te vissen. Hij ging daarbij uit van de gedachte dat er tijdens de feestdagen wel geen politiecontrole zou zijn. En hij had gelijk. In een paar dagen was de VL 121 vol gevangen en gingen ze naar huis om oud en nieuw te vieren.

Om toch de haring te vangen die zich binnen de territoriale wateren van Zuid-Ierland bevond werd er later door de Hollandse vissers 'georganiseerd' gestroopt. Eén schip werd aangewezen om aan de westzijde van de vloot de wacht te houden om op te letten of het politievaartuig (een oud marinevaartuig) er niet aankwam. Een tweede schip werd aan de oostzijde gestationeerd en een derde aan de zeezijde. Als het politievaartuig werd opgemerkt door een van de wachtschepen werd dat onmiddellijk doorgegeven over de middengolfzender of over de 'Spoetnik'. Dat was een zendinstallatie die werkte op de Very High Frequentie golflengte. De naam had hij gekregen omdat de antenne dezelfde vorm had als destijds de antenne van de Russische satelliet Spoetnik. Deze zendinstallatie had een actieradius die was beperkt tot ca twintig zeemijlen. Hij was uitstekend geschikt voor dit doel, omdat alleen de vissers die aan het stropen deelnamen de doorgegeven boodschap konden ontvangen. Als het politievaartuig eenmaal was gelokaliseerd, werden gecodeerde boodschappen doorgegeven,  zoals: "De grijze kater komt uit z'n mandje" en dergelijke. Ik kan me nog herinneren dat wij, tijdens het weekend in Cork, aangewezen waren om een dag als wachtschip te fungeren aan de westzijde van de vloot.

Toen we die zondagnacht, met een rivierloods aan boord, naar buiten stoomden, passeerden we in Cobh, een dorp aan de monding van de rivier naar Cork, het politievaartuig dat daar afgemeerd lag. Op een seintje van mij liet de machinist met een heleboel gesis lucht ontsnappen. Met een zeer ernstig gezicht kwam hij naar de brug en vertelde me dat er iets met de motor was. De loods, die het gesis ook gehoord had, liet ons onmiddellijk afmeren aan een kade recht tegenover het politievaartuig. Toen we waren afgemeerd gooide de machinist wat leidingen los en wij gingen, behalve de wachtsman die scherp moest uitkijken naar wat er met het politievaartuig gebeurde, naar de kooi. Wij hebben daar de hele dag gelegen en zijn 's avonds de baai ingegaan om onze portie van de haring over te nemen die overdag door de anderen was gevangen.

Aan het einde van de dag werd de vangst gelijkelijk verdeeld onder de schepen. Ook de wachtschepen kregen hun deel. Dit gelijk verdelen van de vangst onder de schepen moet wel met een korreltje zout worden genomen. Er waren schippers bij die hun dagvangst niet eerlijk doorgaven en een deel van hun zelf gevangen haring verzwegen. Een ander deel van de schippers vond dat de haring niet gelijk verdeeld moest worden onder de schepen, maar dat er een verdeelsleutel moest komen waarbij de schepen met meer PK's meer kregen dan de kleiner die minder PK's hadden. Het overgeven van de vangst gebeurde meestal in een Ierse baai. De Ieren hadden dit wel door en waren hierover zeer verbolgen, maar konden niets bewijzen. Later kwam er een nieuw snel Iers politievaartuig en een helikopter. Toen was het voor de Hollandse vissers niet meer mogelijk om te stropen.

Nico Pronk
 

Reacties: Geen berichten
Uw reactie
Naam (Log in): 
E-mailadres: 
Onderwerp: 
Bericht: