Uw zoekopdracht Uw zoekopdracht
PDF PDF Print

Zeemansloopbaan

Toen ik in 1951 ging varen, was mijn vader al jarenlang schipper op een logger. Eerst van de Scheveningse rederij Van der Zwan, later van de Vlaardingse rederij Kwakkelstein. In die tijd voeren er veel Scheveningse en Katwijkse vissers op Vlaardingse visserschepen. De reden hiervoor was dat de industrie in de omgeving van Vlaardingen steeds intensiever werd. Daardoor was er een grote vraag naar arbeidskrachten aan de wal. Om de vissersschepen toch te bemannen werd er een beroep gedaan op Scheveningers en Katwijkers. Deze gingen daar graag op in, ook al omdat de voeding op de Vlaardingse schepen beter was dan elders.

Matthijs (Thijs) Schaap was in die jaren stuurman bij mijn vader. Zij voeren al jaren met elkaar en waren vrienden. Toen ik op mijn achttiende verjaardag het diploma 'Stuurman ter Zeevisvaart' haalde, voelde Thijs Schaap mijn hete adem in zijn nek. Mijn vader zat er wel wat mee, want hij wilde mij als stuurman bij hem aan boord hebben om mij te helpen in mijn eerste jaren als stuurman, maar hij wilde ook zijn vriend Thijs niet voor het hoofd stoten.

Net in die tijd begon rederij Kwakkelstein met het laten bouwen van haringtrawlers. Het eerste schip in die serie was de VL 7, 'Ada'. Piet Keus zou daarop schipper worden. Hij had nog geen enkele ervaring met de trawlvisserij. Mijn vader heeft er toen door bemiddeling voor gezorgd dat Piet Keus en Thijs Schaap, die wel ervaring had met de trawlvisserij, met elkaar zijn overeengekomen dat laatstgenoemde stuurman werd op de VL 7. Ik werd stuurman bij mijn vader aan boord.
Eerst op de VL 78 en later op de trawler VL 121, met een onderbreking van 21 maanden door mijn diensttijd.Op een gegeven moment bestelde Kwakkelstein bij de Scheveningse sleephelling vijf zijtrawlers. Mijn vader werd de schipper op de eerste van die vijf schepen.
Dat was de VL 73 'Elly'.

Mij werd gevraagd om schipper te worden op de VL 121. Toen ik bij mijn vader van boord ging, werd Thijs Schaap stuurman op de VL 73. Mijn vader en ik waren nu collega's van elkaar. Ik was een vrij jonge schipper. Mijn vader had me tot dusver in mijn visserscarrière veel geholpen, maar als schipper op een trawler moest ik mijn eigen boontjes doppen. Achteraf bekeken is dat allemaal goed gelukt. Ik had een goede bemanning en besomde ook goed.

Toen na een aantal jaren het vijfde schip van de serie in aanbouw was, werd mij gevraagd om schipper te worden op dat schip, de VL 90 'Caroline'. Het was de laatste zijtrawler die door de Scheveningse sleephelling werd gebouwd. Misschien was het wel de laatste die in Nederland is gebouwd. De volgende trawlers die werden gebouwd waren hektrawlers. Mijn vader en ik voeren dus, met nog drie andere schippers, op zusterschepen.



D(irk) Kwakkelstein was een christelijke reder. Voor bijna alle nieuwe schepen die hij liet bouwen koos hij visserijnummers die betrekking hadden op de bijbel. Vooral de psalmen hadden zijn voorkeur. Zo had de VL 121 betrekking op psalm 121, " 'k Sla d'ogen naar 't gebergte heen", een psalm die door Kwakkelsteins vader Willem veel werd gezongen.
VL  90 was gekozen vanwege psalm 90: "Het werk mijner handen, bevestig dat".
In de tijd dat mijn vader nog voer heb ik veel van hem geleerd en hebben we beiden veel plezier van elkaar gehad. En niet alleen wij, maar ook de bemanningen van beide schepen gingen goed met elkaar om. Als we in het najaar bij de Zuid-Ierse kust visten, lagen de schepen meestal 's nachts voor anker in een baai. De baai van 'Bally Cotton' en de baai bij de oliesteiger van Cobh waren geliefde ankerplaatsen. Meestal ging een van de twee schepen voor anker en kwam de ander langszij. De bemanningen gingen dan bij elkaar op bezoek en er werden spelletjes gespeeld zoals klaverjassen, Monopoly, dammen en Rummikub. Als er op het ene schip een net stuk was en er nog gewerkt moest worden, ging soms de bemanning van het andere schip helpen om na de werkzaamheden weer gezellig bijeen te kunnen zijn.
Het kon ook voorkomen dat beide schepen met veel wind voor anker gingen en later op elkaars zijde kwamen. Met het gevolg dat soms in de ochtend bij het ophalen bleek dat de beide ankers in elkaar zaten. Dat leverde een hoop getob op.

Het was bij Zuid-Ierland niet alleen gezellig. Het kon er ook spannen. In de loop van de jaren heeft de Ierse regering de grenzen van de territoriale wateren steeds verlegd. Dit betekende dat uiteindelijk de territoriale wateren verruimd werden van drie zeemijlen van elk plekje van de wal naar twaalf zeemijlen van de basislijn. De basislijn is een lijn die getrokken wordt tussen alle uitstekende punten van de kust. De haring in de Zuid-Ierse wateren had de nare gewoonte om als hij kuitziek (paai- of geslachtsrijp) werd naar de wal te trekken, dus binnen de territoriale wateren. Met als gevolg dat de haringvisserij in die periode steeds minder werd voor de Nederlandse visserschepen, die buiten de territoriale wateren moesten blijven.

Veel vissers waagden de gok om op haring te vissen in verboden gebied. Een aantal werd door een oorlogsschip opgepakt en naar binnen gebracht om voor het gerecht te verschijnen. Dat betekende behalve een zware boete het verlies van het vistuig en van de al gevangen en verwerkte haring of andere vis. Mijn vader is het ook overkomen, op 19 december, zijn verjaardag.
De spanningen bij zo'n proces waren voor veel schippers enorm. Bij mijn vader resulteerde het in verhoogde bloeddruk die hem noopte de visserij vervroegd te verlaten.

Het moet gezegd worden dat de reder Kwakkelstein altijd achter zijn schippers stond. De kosten die werden gemaakt om het vistuig en de al gevangen en verwerkte haring terug te kopen, werden met de opgelopen boete steeds betaald zonder enige rancune in de richting van de schipper die opgepakt was. Kwakkelstein was ervan overtuigd dat iedere schipper zijn best deed om een schip vis bij elkaar te vangen. En iedereen had zo zijn eigen manier om dat te verwezenlijken. Later ging mijn vader nog wel eens een reisje als prenter (passagier) met mij mee, maar dat werd steeds minder. Mijn moeder en vader hadden het op oudere leeftijd heel gezellig samen en met vrienden. Het zeevaren paste daar niet meer in.

Tot mijn 40e jaar heb ik daadwerkelijk deelgenomen aan de visserij. Daarna ben ik gaan werken in het technisch visserijonderzoek bij een instelling die onderdeel was van het R.I.V.O. (Rijksinstituut voor visserijonderzoek). Eerst als onderzoeker aan de wal met een aantal reizen per jaar om vistuigen uit te proberen op hun 'visnamigheid' (geschiktheid om vis te vangen) en later als stuurman en schipper van een visserijonderzoekingsvaartuig. Dat was een veel meer ontspannen manier van varen dan op de visserij. Wij konden als gezin zelfs samen zomervakantie nemen. Dat kwam eerder nooit voor, omdat het 's zomers hoogseizoen was voor de haringvisserij.

Ik heb tot mijn 60e jaar gevaren en moest toen als varend ambtenaar stoppen en ben met functioneel leeftijdsontslag gegaan. Mijn vrouw en ik proberen sindsdien de tijd die we niet bij elkaar waren in te halen door veel dingen samen te doen zoals sporten, uitgaan en gewoon fijn samen te zijn.

Nico Pronk
 

Reacties: 1-5
Door Gast: Leo erberveld @ 2013-03-14 11:54:58
Visserij ierland
Wat een leuke foto dit vaak gezocht naar een foto van jaap pronk op internet nu eindelijk gevonden. Een top schipper veel van geleerd die man heeft me gevormt met wat ik nu ben geworden. Mooie tijd gehad op de Sch303 en de Sch 6 Zou graag willen weten of er meer foto,s zijn van jaap pronk en de visserij. Groeten Pino
Door Gast: Ton Haasnoot @ 2013-04-16 19:43:22
Opgebracht
En natuurlijk werd niet alleen bij Ierland gestroopt. Ook op de Noordzee was men het niet eens met de nieuwe grenzen. Zoals in augustus 1967, toen de VL 73 en de kW 32 door de "Wasperton"werden opgebracht naar North Shields. Ook toen werd pas gereageerd toen het schiettuig klaar stond.
Ondanks het feit dat de VL 73 voor anker ging en de KW 32 aan het stomen was, kregen beiden f 2000,- boete en de vistuigen verbeurt verklaard.
De Nederlandse vissers zullen dus ook wel in hun vuistje hebben gelachen toen de Engelsen de IJslandse wateren werden uitgezet, na de laatste kabeljauwoorlog. Koekje van eigen deeg?
Nico, ik heb nog een foto van de VL 90 met een brugraampje eruit aan BB kant. Herken je het verhaal hierbij? Dat hoor ik dan wel?
Door Gast: wandrie Roos @ 2014-04-24 19:50:50
bemanning van de de VL 90
Hallo,

Ik heb van 1967 tot 1973 op de Caroline met Nico gevaren.
Het was een hele gezellige en mooie tijd die ik met Nico hebt gevaren. Ook met zijn vader die met ons als "prenter"mee ging en gek was op klaverjassen. We hadden een goede bemanning waar er helaas al een aantal van zijn overleden. Ooit hebben we nog een reunie gehad, na jaren elkaar niet gezien te hebben klikte het weer meteen.

Het was een mooie tijd waar ik nog steeds aan terug denk.

m.vr.gr. Wandrie.
Door Gast: g.gies @ 2014-06-25 19:36:10
kwakkelsteinharing die ik het lekkerts v
Wie kan mij vertellen; wat het verschil is tussen gewone haring en kwakkelsteinharing?
Dank bij voorbaat.
Door Gast: maarten @ 2017-03-29 11:49:30
bemaningslid vl 73
hallo Nico leuk verhaal ik heb met je vader gevaren van 1965 tot dat hij is gestopt met varen ik kan mij nog goed herinneren van het reilen en zeilen aan boord ik heb altijd gezegd schipper (klaas)was mijn beste schipper en kon goed met hem opschieten groeten maarten keus
Reacties: 1-5
Uw reactie
Naam (Log in): 
E-mailadres: 
Onderwerp: 
Bericht: