Uw zoekopdracht Uw zoekopdracht
PDF PDF Print

Mijn jeugdherinneringen

Toen ik nog op school zat ging ik in de zomervakantie met mijn vader, die schipper was, mee op de logger als prenter (passagier). De zomervakantie duurde zes weken en een reisje met de logger nam meestal vier weken in beslag. Eén reis kon er dus altijd van af.

In die tijd visten de loggers met de drijfvleet (*1) op haring. Er was nog geen apparatuur op de schepen om vis op te sporen. Men hield rekening met de visvangst van de vorige jaren. Was er op een bepaalde tijd in een bepaalde positie veel gevangen, dan ging men op die plek vissen.
De kleur van het water was ook belangrijk. Als de kleur van het zeewater een bruinachtige teint had bevond zich veel plankton (visvoedsel) in het water. In visserstermen werd dit ook wel 'dik water' genoemd.

Omdat de aanwezige haring 's zomers vlak aan de bodem bleef en het vistuig zich in hogere waterlagen bevond, werd er in de zomermaanden niet zo veel gevangen met de drijfvleet. Menigmaal werd er dan 's nachts een zwarte vleet (*2) binnengehaald.
Tijdens mijn eerste reizen dacht mijn vader: "Als hij zich verveelt, zal hij later wel niet gaan varen".
Het tegendeel was waar. Ik bleef naar de zee verlangen. Voor mijn vader waren de reizen met mij als prenter niet de gemakkelijkste.



Er was aan boord geen reservekooi. Dus sliep ik 's nachts bij mijn vader in de kooi. Zo'n scheepskooi had nauwelijks de afmetingen van een éénpersoonsbed. We konden maar op één manier samen slapen in die kooi: ik lag met mijn hoofd aan het voeteneind en mijn voeten lagen bij het gezicht van mijn vader. En andersom ook. Geen pretje, maar als kind slaap je overal.

Voor mijn vader was het een uitkomst dat er een middagnopje (dutje) werd gedaan. Ik moest dan aan dek blijven en met de andere prenters en de jongste opvarenden ons vertier zoeken. We moesten ons heel rustig houden, anders kregen we de matrozen, die in het vooronder hun middagnopje deden, op ons dak.Het einde van de reis kwam voor mij altijd te vroeg.Als ik tijdens de zomervakantie niet op zee was, gingen mijn broer, zussen en ik bij goed weer met onze moeder naar het strand. Mijn moeder liet dan al haar huiselijke werkzaamheden rusten. 's Avonds ging ze er weer mee verder.

Het naar school gaan was voor mij geen pretje. Vooral naar de Mulo gaan. Ik moest en zou naar de visserij en zei tegen ieder die het maar horen wilde: "Heb je het al gehoord? Een visserman met een mulodiploma?" Achteraf ben ik heel blij dat mijn ouders hebben doorgezet met dat naar school gaan. Tijdens latere opleidingen, die allemaal met de zeevaart te maken hadden, heb ik veel gemak gehad van mijn schoolopleiding. Als kind vind je al het goede dat je overkomt gewoon. Pas op latere leeftijd besef je wat je ouders voor je hebben over gehad en wat voor goede jeugd ze je hebben gegeven.
Eén van de dingen waar ik met mijn broer en zussen naar uitkeek, was het afrekenen voor de opvarenden na het haringseizoen, de bĕouwe teelt (behouden teelt).

Tegen de kerstdagen, aan het einde van het haringseizoen, berekende de rederij wat de opvarenden hadden verdiend en wat al was opgenomen. Dat heette de afrekening. Als je het hele jaar gemiddeld goed had besomd, kon dat bedrag aardig hoog zijn. Als je slecht had besomd, viel het heel dikwijls tegen en kon het bedrag wel eens negatief uitvallen. Of er dan terugbetaald moest worden, weet ik niet.

Mijn vader was een lukkige (gelukkige) schipper. Hij maakte goede besommingen en daardoor was de financiële uitkomst aan het einde van de teelt altijd positief.
De afrekening voor de bemanning gebeurde altijd bij ons thuis. Mijn vader moest iedereen persoonlijk uitbetalen. In de ochtenduren ging hij het geld ophalen bij de rederij. 's Middags betaalde hij het geld uit aan de bemanningsleden, elk hun deel. In die tussentijd moest je niets aan mijn vader vragen of iets tegen hem zeggen, want hij was dan hypergespannen.Als om ongeveer 14.00 uur de bemanningsleden kwamen, wachtten mijn ouders hen op met koffie en gebak. Na de verrekening schonk mijn vader een borrel. De overige consumpties verzorgden de andere opvarenden. Ik zie nog de jongstes en oudstes (*3) om bitterballen, kroketten en één of meer liters jenever gaan. Het bleef altijd binnen de grenzen. Iedereen bleef bij zinnen. Soms was een aantal opvarenden lichtelijk aangeschoten op het moment dat zij naar huis wilden gaan.

Daar zaten wij, als kinderen, op te wachten. Als de bemanning wilde weggaan posteerden wij ons aan weerszijden in de gang en vestibule, hielpen de bemanningsleden uitermate vriendelijk in hun jas en wensten hen het allerbeste toe. Het resultaat liet niet lang op zich wachten. Wij kregen van alles toegestopt. Op geld waren we het meest gebrand. Als de laatste vertrokken was, bekeken we de buit en verdeelden alles eerlijk. Althans, volgens mij!


De volgende dag gingen we met onze ouders naar de stad en werden er de hoognodige kleren gekocht, maar ook leuke dingen. Zo herinner me ik dat ik helemaal verguld was met een zaklantaarn die ik van mijn vader kreeg en waarmee ik met mijn vrienden de bunkers en verbindingsgangen inging die er nog lagen uit de oorlogstijd.

Nico Pronk

(*1)     De drijfvleet was een passief vistuig dat je kunt vergelijken met een gordijn. De horizontale lengte was  ca drie km en de bovenkant van de netten bevond zich vijf meter onder het oppervlak. De netten waren 15 meter diep, dus de onderzijde bevond zich op 20 meter diepte.Drijvers die met een touw van vijf meter aan het vistuig waren bevestigd en een onderlinge afstand van 30 meter hadden (de lengte van een net) hielden de netten op de juiste diepte. 

(*2)     Om de katoenen netten tegen rotten te beschermen werden de netten getaand.  Taan is een teerproduct dat de netten een donkerbruine of zwarte kleur gaf. Een zwarte vleet binnenhalen betekent dat er geen zilverkleurige haring inzat, dus weinig of geen vangst.

(*3)     De jongsten en oudsten waren twee rangen aan boord. Het werk van een jongste tijdens het binnenhalen van de netten was om tijdens het ophalen van de netten de drijvers op te bergen die van de netten werden gehaald. Ook hielpen zij met het wegstuwen van de netten in het ruim.De twee oudsten hielden het net dat binnen werd gehaald breed om de matrozen de gelegenheid te geven de haring uit het net te schudden.De oudste was hoger in rang dan de jongste, maar stond hiërarchisch nog onder de matrozen.
 

Reacties: Geen berichten
Uw reactie
Naam (Log in): 
E-mailadres: 
Onderwerp: 
Bericht: