Uw zoekopdracht Uw zoekopdracht
PDF PDF Print

Watersnood

'Half Holland loopt onder water'




Het was januari 1953. Ik voer als tweede monteur op de Sch. 200 'Vrouw Maria' van  rederij Huib den Dulk, van De Pijp. De maand liep op z'n eind. Wij hadden zo'n twaalf dagen gevist. Niet slecht. Per trek vingen we gemiddeld zo'n 60 tot 80 kilo tongen, een mand of zes schol, een kabeljauwtje of tien, een paar tarbotten en een paar manden schar en wijting. 'Nog één trek', zei Simon de schipper, 'dan stomen we naar huis.' De bemanning stemde hier blij mee in. Maar het liep anders dan wij dachten. Die laatste trek liepen wij vast, vermoedelijk op een wrak. Uren waren we in de weer om de boel op scheep te krijgen. Gelukkig kregen we het stel los, zonder dat er een lijn brak. Maar het net was total loss. Toen het zaakje scheep was, maakten we schoon schip en zetten alles zeevast.

Eer we konden gaan stomen, waren de weerberichten zeer slecht: zware storm in het Noordwesten. Nog geen uur later moest de motor al zachter worden gezet. Het was geen doen met al het water dat we over ons heen kregen. Het weer werd steeds slechter. Uiteindelijk moesten we gaan liggen steken. Van de wal hoorden we via de radiozender beangstigende berichten. 'Half Holland loopt onder water', hoor ik de stuurman, de oude Piet Kuit, nog zeggen.

In de brug hoefde je toen niet voor je lol te zijn. Het zink op het dek was gedeeltelijk losgewaaid. Dat gaf een donderend lawaai, je kon elkaar niet meer verstaan. Maar gelukkig hield alles zich voor de rest goed, ook het gatzeil dat zeer van belang is. Toen het weer na een dag wat beter werd, gingen we zachtjes aan weer op huis aan. De motor kon al snel wat harder gezet kon worden. Een uurtje voor ons zaten de Sch. 120 en 32. We zouden naar IJmuiden gaan markten, zo was het plan. Dat hebben we ook gedaan, het werk ging weer zijn gewone gang. Ondertussen kwamen er wel steeds meer onheilstijdingen over de radio binnen. Er waren overstromingen aan de wal en ook op zee bleken er die nacht veel schepen te zijn gebleven. Het was echt een noodtoestand, iedereen had het erover.

Ondertussen vorderden wij aardig. Ieder deed zijn werk, alsof er niks aan de hand was. Ik was op mijn motorwacht in de machinekamer bezig met schoonmaken en koperpoetsen. Dat deden we altijd onder het naar huis stomen. Het was een uur of vijf in de middag, we moesten nog ongeveer een uur. Toen vroeg een jongen me of ik even naar de brug wilde komen, want mijn meisje was aan de radio en die wilde mij spreken. Ik geloofde hem niet, zoiets gebeurde nooit. Dus ik ging niet, maar na een paar minuten kwam hij weer. Toen ben ik maar gegaan. En daar stond 'de ouwe' al klaar met de hoorn van de zender en gaf hem aan mij. En ja hoor, ze was het. "Hallo Niek, is alles goed met jullie aan boord?" Gelukkig was dat het geval, zodat ik haar kon geruststellen. Thuis was alles gelukkig ook goed. Mijn meisje, Catharina Baak,  was met een buurvrouw, wiens man ook binnen kwam met de trein naar IJmuiden gegaan. De man van de buurvrouw voer op de Scheveningen 32 Jupiter, hij was al een uur voor ons binnen gekomen. De schipper was Willem den Heijer. Vanaf dat schip heeft mijn meisje mij toen gesproken.

Eenmaal aan wal, zijn we vervolgens met twee schepen volk gelijk met een bus naar Scheveningen gegaan. Dit waren gebeurtenissen die je niet gauw vergeet. Het jaar daarop zijn we getrouwd. Inmiddels 53 jaar en gelukkig.

Nico de Jager

Reacties: Geen berichten
Uw reactie
Naam (Log in): 
E-mailadres: 
Onderwerp: 
Bericht: