Uw zoekopdracht Uw zoekopdracht
PDF PDF Print

Een dag om nooit te vergeten

 Niet alleen het Bezuidenhout
Door het 'Vergissingsbombardement' op 3 maart 1945 werd niet  alleen het Bezuidenhout getroffen; er werd ook een aantal voor Den Haag en de Hagenaars belangrijke gebouwen aan de Prinsessengracht en het Korte Voorhout vernietigd: de R.K. Boskantkerk, de kraamkliniek Bethlehem, het Paleis van Justitie, hotel Paulez, het gebouw van de Topografische Dienst, de Kanongieterij, het Wachtje en wat ik als meisje van zestien het ergste vond: de Princesseschouwburg. Omdat de Koninklijke Schouwburg in gebruik was bij de Duitsers werden schoolvoorstellingen in de Princesseschouwburg gegeven. Het was mijn eerste kennismaking met het grote toneel: prachtige stukken met bekende toneelspelers.


 
Boskantkerk, H.B.Olierook


De verwoesting van het Bezuidenhout was natuurlijk in de eerste plaats een ramp voor de bewoners, maar ook de mensen die er werkten op kantoren en in winkels, die er naar school of de kerk gingen, die zwommen in het Bosbad en er horecagelegenheden bezochten, trokken zich het verlies van de wijk aan. Er was nog een groep die gedupeerd was. Dat waren degenen die hun huizen in de Vesting Den Haag hadden moeten verlaten en een deel van hun bezittingen hadden opgeslagen bij familie of vrienden in het Bezuidenhout.

Ik hoorde tot degenen die niet in het Bezuidenhout woonden, maar er wel geregeld kwamen.
Sinds november 1943 woonde ik met mijn ouders in de Van Egmondestraat in Voorburg. Wij waren geëvacueerd uit het Benoordenhout. Zowel vanuit het Benoordenhout als vanuit Voorburg liepen wij geregeld naar het Bezuidenhout. Wij winkelden in de Theresiastraat en in de Louise de Colignystraat en bezochten familie en vrienden die er woonden. Toen ik in 1941 op het Lyceum in de Bildersstraat  - nu Maerlant Lyceum -  kwam, trof ik daar veel kinderen die van de Nutsschool in de Merkusstraat kwamen en in die buurt woonden. Toen onze school ook weg moest uit het Benoordenhout, zoals wij al eerder, werden de lessen gegeven in de HBS aan de 3de van den Boschstraat. Ik liep daar iedere dag naar toe. Begin 1945 werd dat wel riskant, want er vielen verspreid veel kleine bommen op het Bezuidenhout. Toch, als het maar enigszins kon, ging ik.


Die derde maart
Op 3 maart 1945 - mijn moeder werd die dag 48 jaar - stonden wij vroeg op, omdat onze logees, mijn vriendinnetje en haar moeder, tijdig terug wilden naar het Benoordenhout om voordat de dagelijkse bombardementen begonnen, zo om een uur of negen, weer thuis te zijn. Zij moesten lopen door het Bezuidenhout en het Haagse Bos, waar zij de tankgracht moesten oversteken. Mijn vriendin woonde nog in het Benoordenhout omdat haar ouders er een zaak hadden en haar vader er ook nog werkte op het distributiekantoor. Zij logeerden bij ons omdat hun vader en echtgenoot op voedseltocht was naar het noorden en zij zich in het zo goed als verlaten Benoordenhout niet prettig voelden.

Ook al was het oorlog, op een verjaardag wilde je toch wat feestelijks doen. Mijn moeder en ik gingen een taart bakken van tulpenbollen. De bollen moesten gepeld, daarna geprakt met wat pulp van suikerbieten. Terwijl wij bezig waren hoorden wij gemurmureer op het portaal van het trappenhuis. Daar stonden onze bovenburen te bidden. Wij hadden wel bommen horen vallen, maar daar waren wij inmiddels aan gewend. Volgens de bovenburen was het veel ernstiger dan anders. Dat begrepen wij al snel, want het raam van de hoekkamer van waaruit je over de spoorlijn naar het Bezuidenhout keek, barstte in vele stukken. Wij zagen de bommen op het VUC-terrein vallen.Wij vonden het allemaal wel een beetje dichtbij komen en besloten naar vrienden van mijn ouders aan de Laan van Nieuw Oosteinde te gaan. Toen wij onze straat uit liepen, zagen wij een hele stoet mensen van de kant van het Bezuidenhout komen. Allemaal bepakt en bezakt. Velen met het  Zweedse wittebrood onder de arm en sommigen met een vogelkooitje of een tas met een poes. Wij hoefden ons maar even in de stoet te voegen, want de vrienden woonden dichtbij. Er waren daar al meer mensen gekomen. Terwijl mijn ouders met de volwassenen praatten, stond ik voor het raam te kijken naar al die wanhopige mensen die langs kwamen. Om een uur of een gingen wij weer naar huis om het raam te repareren, de taart af te bakken en te wachten of er nog verjaarsbezoek zou komen. Om drie uur kwam een neef die bij de politie werkte en zijn dienst erop had zitten. Hij was volledig van streek van alle ellende die hij had gezien. Dode en gewonde mensen en dieren. Een niet te blussen brand. Het ergste had hij echter gevonden dat hij had gezien hoe mensen de vingers van doden afsneden om zich meester te maken van hun gouden ringen. Hij bleef niet lang, want hij woonde zelf in de Cornelis van de Lijnstraat. Hij wist inmiddels al dat die straat gespaard gebleven was.

Toen het donker begon te worden, zagen wij de enorme brand. De stank van de rook was inmiddels ook doorgedrongen. Mijn ouders bezaten een huis in de Jacob Mosselstraat. Mijn vader wilde met alle geweld gaan kijken of dat huis er nog stond. Ik ben met hem meegegaan.

Toen wij de Louise de Colignystraat in kwamen, zagen wij een inferno voor ons. Het griezeligste vond ik de zeer hoge wankelende gevel van het gebouw van Lotisico. Het huis in de Jacob Mosselstraat stond er nog, wel beschadigd, uiteraard de ramen eruit. De bewoners waren al enkele weken voor het bombardement naar familie elders gegaan. Mijn vader had de sleutel. Wij hebben de gordijnen eraf gehaald, want vonken op wapperende gordijnen waren de oorzaak van veel branden. 


 
Louise de Colignystraat

 
Nooit meer de oude sfeer
Die derde maart was een dag om nooit te vergeten. Je werd er ook nog jarenlang aan herinnerd door de puinhopen, de opruimwerkzaamheden en de onenigheid over de herbouwplannen. Toen wij in 1947 eindexamen deden was een van de onderwerpen voor het opstel het Plan Dudok, een integraal plan voor de wederopbouw. Ik koos dat onderwerp. Ik was tegen het plan, vond toen dat de wijk weer moest worden opgebouwd zoals zij geweest was. Helaas waren er veel mensen die er net zo over dachten en kwam het plan er niet. Wij begrepen niet dat de oude sfeer niet terug te halen was.


 
Stuyvesantplein, nu


Wya Schimmel-Bonder

Reacties: Geen berichten
Uw reactie
Naam (Log in): 
E-mailadres: 
Onderwerp: 
Bericht: